Slechts enkele dagen na dit gesprek, sloeg Redwood, zijn courant
open en zag, dat de Eerste Minister een "Koninklijke Commissie ter
onderzoek van Bom-Voedsel" had toegezegd. Dit deed hem, met de courant
in de hand, naar Bensington's kamer snellen.
"Ik geloof, dat Winkles de zaak aan het bederven is. Hij maakt
het Caterham gemakkelijk. Hij praat er al maar over en wat het nog
uitwerken zal, en jaagt de menschen vrees aan. Als hij zoo doorgaat,
geloof ik vast dat hij onze navorschingen onmogelijk zal maken. Zelfs
zoo als de zaken nu staan--met dit gedoe over mijn kleinen jongen--"
Bensington zei dat hij wenschte dat Winkles er mede ophield.
"Heb je wel opgemerkt, dat hij de gewoonte heeft aangenomen het
Bomvoedsel te noemen. Ik mag dien naam niet," zei Bensington, over
zijn bril heenkijkend.
"Maar 't drukt precies uit wat 't is--voor Winkles."
"Waarom blijft hij er zich toch zoo voor interesseeren. Hij is de
uitvinder toch niet!"
"Ja, ik begrijp 't ook niet," zeide Redwood. "Maar al is hij de
uitvinder niet, iedereen is toch mooi op weg te denken, dat hij
't wel is. Niet dat 't er véél op aankomt, hoor!"
"Maar als deze domme, belachelijke agitatie--eens--ernstig wordt,"
begon Bensington.
"Mijn kleine jongen kan er niet meer buiten," zei Redwood. "Ik zie
niet in wat me ànders te doen staat. In 't ergste geval--"
Een licht bonzend geluid duidde de komst van Winkles aan. Hij stond
plotseling midden in de kamer, zich in de handen wrijvend.
"Ik zag graag, dat je in 't vervolg aanklopte," zei Bensington,
kwaadaardig over de gouden randen van zijn bril kijkend.
Winkles putte zich uit in excuses. Toen wendde hij zich tot
Redwood. "Goed dat je hier bent," begon hij, "de quaestie is--"
"Heb je gelezen van die Koninklijke Commissie?" viel Redwood hem in
de rede.
"Ja," zei Winkles, van zijn stuk gebracht. "Ja."
"Wat is jouw opinie daarover?"
"Uitstekend iets," zei Winkles. "Moèt een eind maken aan al dit
lawaai. Licht laten schijnen over de geheele zaak. Caterham zijn
mond snoeren. Maar daarom ben ik niet hierheen gekomen, Redwood. De
quaestie is--"
"Ik moet zeggen, dat ik niet erg òp heb met die Koninklijke Commissie,"
zei Bensington.
"Ik kan je verzekeren, dat dàt zaakje in orde is, hoor. Ik kan je wel
zeggen--ik geloof niet dat 't een misbruik van vertrouwen is--dat ik
er hoogst waarschijnlijk zitting in zal nemen--"
"H'm," zei Redwood, in het vuur starend.
"Ik zal dat zaakje wel in orde brengen. Ik kan het in de eerste plaats
volkomen duidelijk maken, dat het goedje zeer wel in bedwang te houden
is, en ten tweede, dat er wel een wonder zou moeten gebeuren als die
quaestie te Hickleybrow nog eens voor zou vallen. Dat is wat ze noodig
hebben, een verzekering van iemand die het weten kan. Natuurlijk zou
ik met meer zelfvertrouwen kunnen spreken als ik wist--Maar dat zeg
ik maar zoo, hoor. En nu dat ik toch hier ben, wou ik je meteen wel
even raadplegen in een ander zaakje. Ahem. De quaestie is--nu--Ik
verkeer in een kleine moeilijkheid en jij kunt me daaruit helpen."
Redwood trok de wenkbrauwen op, en was heimelijk verheugd.
"De quaestie is--zeer confidentieel."
"Ga voort," zei Redwood. "Je kunt op me vertrouwen."
"Nu dan, onlangs is er een kind onder mijn behandeling gesteld--het
kind van--van een Verheven Personage."
Winkles kuchte.
"Nou, nou, je raakt mooi op weg," zei Redwood.
"Ik moet bekennen, dat het grootendeels te danken is aan jouw
poeders--en de reputatie van mijn succes met je kleine jongen--'t Is
waar, ik kan het niet verhelen, de publieke opinie is erg tegen het
gebruik ervan. En toch merk ik, dat onder de meer intellectueele--Je
moet niet te hard van stapel loopen met dergelijke dingen--langzaam
aan. En toch, in het geval van Hare Doorluchtig--ik bedoel dit nieuwe
patientje van mij. Feitelijk kwam het voorstel van haar vader, of ik
zou nooit--"
Het kwam Redwood voor dat hij niet goed wist, hoe zich te houden.
"Ik dacht dat je er aan twijfelde of het wel raadzaam was deze poeders
te gebruiken," zei Redwood.
"O, die twijfel was van voorbijgaanden aard."
"Je bent toch niet van plan er mee uit te scheiden--"
"Wat jouw kleine jongen betreft? Beslist niet!"
"Voor zoover ik er kijk op heb, zou ik 't tenminste als moord
beschouwen."
"Nee, en voor de wereld zou 't óók niet gaan er mee op te houden."
"Je zult de poeders hebben, hoor," zei Redwood.
"Je zoudt me zeker niet kunnen zeggen--"
"Nee, nee," zei Redwood. "Er bestaat geen recept. Vergeef mij
m'n openhartigheid, Winkles, maar probeer 't maar niet uit me te
krijgen. Ik zelf zal je de poeders maken."
"Misschien nog wèl zoo goed," zei Winkles, na Redwood een oogenblik
strak te hebben aangekeken--"misschien nog wèl zoo goed." En
vervolgens: "ik kan je verzekeren dat ik er absoluut niets tegen heb."