VII.

Zoover als ik kan nagaan, kwamen de kuikens in Hickleybrow 's middags

tegen drie uur. Hun komst schijnt heel wat levendigheid meegebracht

te hebben, hoewel er toevallig niemand op straat was om ze te zien

aankomen. Het geweldige gekrijsch van den kleinen Skelmersdale schijnt

de eerste aanduiding te zijn geweest dat er iets niet in den haak

was. Juffrouw Durgon van het postkantoor stond als gewoonlijk voor

het raam, en zag de kip, die het ongelukkige kind beetgepakt had,

met groote passen de straat afrennen met haar slachtoffer, dicht

op de hielen gezeten door twee anderen. Ge kent wel die waggelende

groote passen van het geïmproviseerde athletische kuiken van heden ten

dage! Gij kent wel het vinnige vasthouden van de hongerige kip! Er

zat bloed van Plymouth Rocks in deze kippen, heb ik hooren zeggen,

en zelfs zonder Herakleophorbia, is dit een mager, hardloopend ras.

Het is mogelijk dat juffrouw Durgon niet zoo heel erg verrast

was. Niettegenstaande het aandringen van den heer Bensington op

geheimhouding, liep er toch reeds sinds eenige weken in het dorp een

gerucht rond omtrent het groote kuiken, dat Skinner aan het opfokken

was. "Goeie hemel!" riep zij uit, "net wat ik dacht."

Zij schijnt zich met groote tegenwoordigheid van geest gedragen te

hebben. Zij greep den verzegelden zak met brieven, die lag te wachten

om door te gaan naar Urshot, op, en rende hiermede onmiddellijk de deur

uit. Bijna op hetzelfde oogenblik verscheen de heer Skelmersdale, een

gieter krampachtig bij de tuit houdend, en erg bleek. En het spreekt

vanzelf, dat binnen een minimum van tijd iedereen in het dorp naar

de deur of het venster holde.

Het schouwspel dat juffrouw Durgon aanbood, den weg afhollend, met de

geheele correspondentie van dien dag in de hand, bracht het kuiken,

dat in bezit was van den jongenheer Skelmersdale, tot nadenken. Het

bleef één oogenblik besluiteloos staan, en wendde zich toen naar het

open hek van de plaats van Fulcher. Dit oogenblik was noodlottig. Het

tweede kuiken kwam gezwind aanloopen, kreeg het kind te pakken door een

goedgerichte pik, en vloog over den muur in den tuin van den dominé.

"Charawk, chawk, chawk, chawk, chawk, chawk!" riep de achterste hen,

netjes geraakt door den gieter van den heer Skelmersdale, en fladderde

in wilde haast over het landhuis van mevrouw Glue, en zoo op het

terrein van den dokter, terwijl de overige van die Gargantuaansche

vogels dwars over het grasveld der pastorie het kuiken achtervolgden,

dat op dàt oogenblik in bezit was van het kind.

"Goeie hemel!" riep de hulpprediker uit (zooals enkelen beweren, zei

hij iets veel manlijkers) en liep toe, zijn crocket-hamer zwaaiend

en schreeuwend om de jacht te keeren.

"Halt, schurk!" riep de hulpprediker, alsof reuzen-kippen doodgewone

dingen waren.

En toen, bevindende dat hij het met geen mogelijkheid kon tegenhouden,

wierp hij zijn hamer met alle macht het dier achterna, en in een

sierlijken boog vloog hij rakelings langs het hoofd van jongenheer

Skelmersdale en door de glazen lantaarn van de broeikas. Krak! De

nieuwe broeikas! De prachtige nieuwe broeikas van de domineesche!

De kip schrok er van. Iederéén zou er van geschrokken zijn. Zij liet

haar slachtoffer vallen in een Portugeeschen laurierstruik, (waaruit

het een oogenblik later te voorschijn gehaald werd, gehavend doch

heelshuids, op zijn minder fijne kleêren na), sprong fladderend naar

het dak van Fulcher's stal, zakte met den poot door een zwakke plaats

in de pannen, en daalde, om het zoo maar eens uit te drukken, uit de

oneindige ruimte, in de contemplatieve rust van den heer Bumps, de

lamme, die--en het is nu boven allen twijfel verheven door de bewijzen

die voorhanden zijn--bij deze speciale gelegenheid in zijn leven,

de geheele lengte van zijn tuin afliep, en zoo naar binnen zonder

eenige hulp, de deur achter zich grendelde en toen zich onmiddellijk

weder overgaf aan Christelijke berusting en algeheele afhankelijkheid

van zijn vrouw...

De overige kuikens werden tegengehouden door andere crocketspelers, en

gingen door den moestuin van den predikant het veld van den dokter in,

waar de vijfde zich ook bij hen voegde, mistroostig klokkend na een

mislukte poging om over de komkommerkassen te loopen in den tuin van

meneer Witherspoon. Ze schijnen daar bij elkaar gestaan te hebben,

zooals kippen dat doen kunnen, en een beetje gekrabd en peinzend

geklokt te hebben, en toen pikte er een naar een bijenkorf van den

dokter en wierp hem omver, en hierop gingen ze aan den haal met een

zotten, hortenden, onregelmatigen gang, dwars de velden door in de

richting van Urshot, en de straat te Hickleybrow zag ze niet weder. Bij

Urshot schijnen ze werkelijk aan hun vraatzucht geëvenredigd voedsel

gevonden te hebben in een veld koolrapen, en pikten hier een tijd

met smaak aan, tot hun roem hen achterhaalde.

De voornaamste onmiddellijke reactie op dezen verbazingwekkenden inval

van reuzen-hoenders op den menschelijken geest was het plotseling

ontwaken van een eigenaardige onweerstaanbare neiging om te schreeuwen

en hard te draven en met allerlei dingen te gooien, en in een bijzonder

korten tijd was nagenoeg de geheele beschikbare mannelijke bevolking

van Hickleybrow en verscheidene dames, er op uit met een merkwaardige

verzameling van ratelende en klapperende dingen in de hand--om het

verdrijven der reuzenkippen aan te vangen. Ze dreven ze Urshot binnen,

waar een Landelijk Feest gehouden werd, en Urshot beschouwde ze als

de kroon op een gelukkigen dag. Men begon op ze te schieten dicht bij

Findon Beeches, doch in het begin slechts met een vogelroer. Natuurlijk

kunnen vogels van deze grootte een onbeperkte hoeveelheid kleine hagel

in zich opnemen zonder eenige nadeelige gevolgen. Zij raakten dicht

bij Sevenoaks van elkaar en bij Tonbridge liep er een, al klokkend,

een tijdlang buitengewoon opgewonden, naast den namiddagboot-express,

en een eindje er voor uit,--tot groote verbazing van alle passagiers.

En tegen half vijf werden er twee zeer handig gevangen door een

circuseigenaar te Tunbridge Wells, die ze in een kooi, welke leegstond

door den dood van een tot weduwe geworden drommedaris, lokte, door

koekjes en brood te strooien...

Het voedsel der Goden en hoe het op Aarde kwam · 第 19 / 103 题