Het was een idee van den heer Bensington. Doch daar het hem aan de
hand gedaan werd door een van Professor Redwood's stukken in de
"Philosophische Verhandelingen," waaraan deze medewerkte, ging
hij dezen heer er behoorlijk over raadplegen vóor hij het verder
uitwerkte. Bovendien was het zoo goed een physiologisch als een
scheikundig onderzoek.
Professor Redwood was een van die mannen der wetenschap, die
verslaafd zijn aan diagrammen en kromme lijnen. Gij weet wel--als
ge tenminste ook maar eenigszins tot het soort lezers behoort waar
ik van houd--welk soort van wetenschappelijk artikel ik bedoel. Het
is een verhandeling waar ge geen touw aan kunt vastknoopen, en aan
het einde komen er vijf of zes lange opgevouwen figuren, die men
ontvouwen kan en eigenaardige zigzag-lijnen, overdreven bliksemflitsen,
of onverklaarbare kronkelende dingen doen zien, die "vlakke lijnen"
worden genoemd, getrokken op ordinaten en wortelend in abscissae--en
dergelijke dingen. Ge zit een heelen tijd te gissen, en eindigt met
een vaag vermoeden dat niet alleen gìj het niet begrijpt, maar dat de
schrijver zelf dit evenmin doet. Maar zonder gekheid, verscheidene
van deze mannen der wetenschap begrijpen hun eigen schrifturen heel
goed: het is eenvoudig een gebrek aan duidelijk uitdrukken dat deze
hinderpaal tusschen hen en ons opwerpt.
Ik voor mij geloof dat Redwood in rechte en kromme lijnen dacht. En
na zijn monumentaal werk over den Duur der Reactie-beweging (den
onwetenschappelijken lezer verzoek ik zich hier nog een beetje meer
in te werken, dan zal alles hem zoo helder zijn als klaarlichte dag)
begon Redwood voor den dag te komen met vlakke gebogen lijnen en
sphygmographeriën over Groei, en het was een van zijn stukken over
"de Groei," dat den heer Bensington op het denkbeeld bracht.
Redwood, moet ge weten, had allerlei groeiende dingen opgemeten, zooals
jonge katten, jonge honden, zonnebloemen, paddestoelen, boonstengels
en (tot zijn vrouw er een stokje voor stak) zijn eigen baby, en hij
toonde aan, dat de groei zich voortzette, niet gelijkmatig of zooals
hij het aanduidde:
[Afbeelding: Diagonale lijn omhoog.]
maar met plotselinge zetten en tusschenpoozen, ongeveer als volgt:
[Afbeelding: Getrapte lijn omhoog.]
en dat, voor zoover hij kon uitmaken, nièts regelmatig en staag
kòn doorgroeien; het leek alsof ieder levend wezen kracht moest
opgaren om te groeien, slechts voor eenigen tijd krachtig groeide,
en dan weder een zekeren tijd moest wachten vóor het met groeien
kon voortgaan. En in de bedekte en uitermate technische taal van
den werkelijk voorzichtigen "natuurkundige," opperde Redwood,
dat het groeiproces waarschijnlijk de aanwezigheid van de een of
andere substantie in het bloed noodzakelijk maakte, dat slechts
zeer langzaam gevormd werd, en dat als deze substantie door den
groei verbruikt was, zij slechts zeer langzaam weder aangevuld kon
worden, en het organisme onderwijl tijd moest gelaten worden. Hij
vergeleek zijn onbekende substantie bij olie in een machine. Een
groeiend dier had werkelijk veel gemeen met een machine, die zich een
zekeren afstand kon voortbewegen, en dan geölied moet worden voor
zij verder loopen kan. ("Doch waarom zou men de machine niet van
bùìten-af van olie voorzien?" zei de heer Bensington, toen hij het
stuk las). "En dit alles," zei Redwood met het heerlijke zenuwachtige
over-tusschenliggende-gedachten-heenspringen van zijn klasse, "zou
waarschijnlijk licht kunnen werpen op het mysterie van enkele der
niet-geleidende klieren." Alsof dìe er iets mee uit te staan hadden!
In een volgende verhandeling ging Redwood reeds verder. Hij gaf een
waar "Brock's Benefit" [1] van diagrammen--die precies leken op de
banen van vuurpijlen; en de clou ervan--voor zoover het eenige clou
bevatte--was, dat het bloed van jonge honden en katten, en het sap
van zonnebloemen en het sap van paddestoelen, als deze waren in wat
hij noemde "het groei-stadium," verschilde in de aanwezig-zijnde
proporties van zekere deelen van het bloed en sap, op de dagen dat
zij niet bijzonder sterk groeiden.
En toen Bensington, na de figuren op hun kant en onderstboven gehouden
te hebben, begon te zien wat dit verschil was, werd hij uitermate
verbaasd. Omdat, ziet ge, het verschil mogelijk veroorzaakt werd door
de aanwezigheid juist van diè substantie, welke hij kort te voren
getracht had te isoleeren bij zijn onderzoek van diè alkaloïden,
welke het zeerst het zenuwstelsel stimuleeren. Hij legde Redwood's
verhandeling op den gepatenteerden lessenaar, die ongemakkelijk
weg-draaide van zijn leunstoel, nam zijn gouden bril af, ademde erop,
en wreef hem zeer zorgvuldig af.
"Allemachtig!" zei de heer Bensington.
Toen hij zijn bril weder had opgezet, wendde hij zich weder naar den
lessenaar, die, zoodra zijn elboog er tegen stootte, een coquet gepiep
liet hooren, en de verhandeling met al haar figuren op den grond deed
belanden, verfrommeld en verspreid.
"Groote hemel!" zei mijnheer Bensington, zijn buik over den leunstoel
rekkend met een geduldige minachting voor de gewoonten van dit
gemakkelijk meubelstuk, en toen, bevindend dat de brochure nog buiten
zijn bereik lag, liet hij zich op de handen vallen, om de stukken
bijeen te garen. Op den grond viel het denkbeeld hem eigenlijk in,
het "'t Voedsel der Goden" te noemen...
Want ziet ge, als hij het bij het rechte eind had, en Redwood eveneens,
zou hij, door deze nieuwe substantie in te spuiten of door ander
voedsel te mengen de rustpoos geheel buiten rekening kunnen laten,
en in plaats dat de groei aldus ging:
[Afbeelding: Getrapte lijn omhoog.]
zou hij (als ge mij volgen kunt) aldùs gaan:
[Afbeelding: Diagonale lijn omhoog.]