III.

Het was een idee van den heer Bensington. Doch daar het hem aan de

hand gedaan werd door een van Professor Redwood's stukken in de

"Philosophische Verhandelingen," waaraan deze medewerkte, ging

hij dezen heer er behoorlijk over raadplegen vóor hij het verder

uitwerkte. Bovendien was het zoo goed een physiologisch als een

scheikundig onderzoek.

Professor Redwood was een van die mannen der wetenschap, die

verslaafd zijn aan diagrammen en kromme lijnen. Gij weet wel--als

ge tenminste ook maar eenigszins tot het soort lezers behoort waar

ik van houd--welk soort van wetenschappelijk artikel ik bedoel. Het

is een verhandeling waar ge geen touw aan kunt vastknoopen, en aan

het einde komen er vijf of zes lange opgevouwen figuren, die men

ontvouwen kan en eigenaardige zigzag-lijnen, overdreven bliksemflitsen,

of onverklaarbare kronkelende dingen doen zien, die "vlakke lijnen"

worden genoemd, getrokken op ordinaten en wortelend in abscissae--en

dergelijke dingen. Ge zit een heelen tijd te gissen, en eindigt met

een vaag vermoeden dat niet alleen gìj het niet begrijpt, maar dat de

schrijver zelf dit evenmin doet. Maar zonder gekheid, verscheidene

van deze mannen der wetenschap begrijpen hun eigen schrifturen heel

goed: het is eenvoudig een gebrek aan duidelijk uitdrukken dat deze

hinderpaal tusschen hen en ons opwerpt.

Ik voor mij geloof dat Redwood in rechte en kromme lijnen dacht. En

na zijn monumentaal werk over den Duur der Reactie-beweging (den

onwetenschappelijken lezer verzoek ik zich hier nog een beetje meer

in te werken, dan zal alles hem zoo helder zijn als klaarlichte dag)

begon Redwood voor den dag te komen met vlakke gebogen lijnen en

sphygmographeriën over Groei, en het was een van zijn stukken over

"de Groei," dat den heer Bensington op het denkbeeld bracht.

Redwood, moet ge weten, had allerlei groeiende dingen opgemeten, zooals

jonge katten, jonge honden, zonnebloemen, paddestoelen, boonstengels

en (tot zijn vrouw er een stokje voor stak) zijn eigen baby, en hij

toonde aan, dat de groei zich voortzette, niet gelijkmatig of zooals

hij het aanduidde:

[Afbeelding: Diagonale lijn omhoog.]

maar met plotselinge zetten en tusschenpoozen, ongeveer als volgt:

[Afbeelding: Getrapte lijn omhoog.]

en dat, voor zoover hij kon uitmaken, nièts regelmatig en staag

kòn doorgroeien; het leek alsof ieder levend wezen kracht moest

opgaren om te groeien, slechts voor eenigen tijd krachtig groeide,

en dan weder een zekeren tijd moest wachten vóor het met groeien

kon voortgaan. En in de bedekte en uitermate technische taal van

den werkelijk voorzichtigen "natuurkundige," opperde Redwood,

dat het groeiproces waarschijnlijk de aanwezigheid van de een of

andere substantie in het bloed noodzakelijk maakte, dat slechts

zeer langzaam gevormd werd, en dat als deze substantie door den

groei verbruikt was, zij slechts zeer langzaam weder aangevuld kon

worden, en het organisme onderwijl tijd moest gelaten worden. Hij

vergeleek zijn onbekende substantie bij olie in een machine. Een

groeiend dier had werkelijk veel gemeen met een machine, die zich een

zekeren afstand kon voortbewegen, en dan geölied moet worden voor

zij verder loopen kan. ("Doch waarom zou men de machine niet van

bùìten-af van olie voorzien?" zei de heer Bensington, toen hij het

stuk las). "En dit alles," zei Redwood met het heerlijke zenuwachtige

over-tusschenliggende-gedachten-heenspringen van zijn klasse, "zou

waarschijnlijk licht kunnen werpen op het mysterie van enkele der

niet-geleidende klieren." Alsof dìe er iets mee uit te staan hadden!

In een volgende verhandeling ging Redwood reeds verder. Hij gaf een

waar "Brock's Benefit" [1] van diagrammen--die precies leken op de

banen van vuurpijlen; en de clou ervan--voor zoover het eenige clou

bevatte--was, dat het bloed van jonge honden en katten, en het sap

van zonnebloemen en het sap van paddestoelen, als deze waren in wat

hij noemde "het groei-stadium," verschilde in de aanwezig-zijnde

proporties van zekere deelen van het bloed en sap, op de dagen dat

zij niet bijzonder sterk groeiden.

En toen Bensington, na de figuren op hun kant en onderstboven gehouden

te hebben, begon te zien wat dit verschil was, werd hij uitermate

verbaasd. Omdat, ziet ge, het verschil mogelijk veroorzaakt werd door

de aanwezigheid juist van diè substantie, welke hij kort te voren

getracht had te isoleeren bij zijn onderzoek van diè alkaloïden,

welke het zeerst het zenuwstelsel stimuleeren. Hij legde Redwood's

verhandeling op den gepatenteerden lessenaar, die ongemakkelijk

weg-draaide van zijn leunstoel, nam zijn gouden bril af, ademde erop,

en wreef hem zeer zorgvuldig af.

"Allemachtig!" zei de heer Bensington.

Toen hij zijn bril weder had opgezet, wendde hij zich weder naar den

lessenaar, die, zoodra zijn elboog er tegen stootte, een coquet gepiep

liet hooren, en de verhandeling met al haar figuren op den grond deed

belanden, verfrommeld en verspreid.

"Groote hemel!" zei mijnheer Bensington, zijn buik over den leunstoel

rekkend met een geduldige minachting voor de gewoonten van dit

gemakkelijk meubelstuk, en toen, bevindend dat de brochure nog buiten

zijn bereik lag, liet hij zich op de handen vallen, om de stukken

bijeen te garen. Op den grond viel het denkbeeld hem eigenlijk in,

het "'t Voedsel der Goden" te noemen...

Want ziet ge, als hij het bij het rechte eind had, en Redwood eveneens,

zou hij, door deze nieuwe substantie in te spuiten of door ander

voedsel te mengen de rustpoos geheel buiten rekening kunnen laten,

en in plaats dat de groei aldus ging:

[Afbeelding: Getrapte lijn omhoog.]

zou hij (als ge mij volgen kunt) aldùs gaan:

[Afbeelding: Diagonale lijn omhoog.]

Het voedsel der Goden en hoe het op Aarde kwam · 第 8 / 103 题