Bensington deed den nacht na zijn gesprek met Redwood haast geen oog
dicht. Eens meende hij in den dommel te raken, doch dit was slechts
voor een oogenblik en toen droomde hij dat hij een diep gat in de
aarde gegraven had, en daarin tonnen vol Godenvoedsel wierp en de
aarde zette al meer en meer uit, en al de grenzen der verschillende
landen scheurden, en het Koninklijk Aardrijkskundig Genootschap was
als één man aan het werk, als één gróót kleermakersgilde, om den
equator ùit te leggen...
Het was natuurlijk een belachelijke droom, doch het toont veel
beter dan één der dingen, die hij zeide of deed als hij wakker en
op zijn hoede was, den staat van geestelijke opwinding aan, waarin
hij verkeerde. Anders zou ik er geen melding van gemaakt hebben,
daar ik over het algemeen het elkaar-droomen-vertellen volkomen
onbelangrijk vind.
Door een vreemde toevalligheid droomde Redwood dien nacht eveneens,
en wat hij droomde was het volgende:
[Afbeelding: Lijn recht omhoog.]
Het was een figuur dat vurig stond afgedrukt op een lange rol, die
zich tot in het oneindige verlengde. En hij (Redwood) stond op een
planeet voor een soort van zwart podium; en hij hield een lezing over
den nieuwen groei die nu mogelijk was, voor het Meer dan Koninklijk
Instituut van Oorspronkelijke Krachten,--krachten die tot dan toe,
zelfs bij den groei der rassen, keizerrijken, sterrenstelsels en
werelden steeds aldus gewerkt hadden:
[Afbeelding: Getrapte lijn omhoog.]
En in sommige gevallen zelfs zoo:
[Afbeelding: Lijn, eerste in stappen omhoog, dan curve naar beneden.]
En hij was bezig heel helder en vol overtuiging uit te leggen dat
deze langzame, achteruitgaande methoden weldra geheel uit de mode
zouden zijn door zijne ontdekking.