D.

daagsch, 13.

dadelijk, 148.

dagelijksch, 13.

dageraad, 180.

dalen, 181.

dankbaarheid, 77.

danken, 23.

dapper, 173.

dartel, 150.

_deel_, 218.

deelnemend, 162.

deemoedig, 78.

deftig, 74.

dolen, 121.

dom, 149.

dompelen, 21.

donker, 86.

doodgaan, 107.

doopen, 21.

doorgaans, 125.

_doorstaan_, 224.

draagbaar, 1.

draaglijk, 1.

draaien, 178.

dralen, 36.

drift, 186.

driftig, 118.

dringen, 65.

droevig, 119.

duister, 86.

_dulden_, 224.

durven, 124.

dwalen, 121.

dwars, 79.

dwingen, 65.

duurzaam, 170.

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 259 / 279 题