206. Schuldeloos--onschuldig.

_Zonder schuld._

~Schuldeloos~ behoort meer tot den verheven stijl en beteekent: geheel

zonder schuld of zonde zijn (dus meer in den zin der H. Schrift);

~onschuldig~ wil zeggen: geen schuld aan een bepaalde misdaad

hebbende: _Een ~onschuldige~ veroordeelen_; verder beteekent het:

menschelijkerwijze gesproken nog vrij van zonden of eenig kwaad: _Een

~onschuldig~ kind._

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 225 / 279 题