_Iets (iemand) ergens heen laten gaan._
~Sturen~ ziet vooral op het verwijderen: _een bedelaar ~wegsturen~;
~stuur~ de meid weg, zij beluistert ons_; bij ~zenden~ denkt men meer
aan een bepaald doel: _Een afgevaardigde ~zenden~. Een boek op zicht
~zenden~._ (Evenwel wordt ~zenden~ in de spreektaal meer door ~sturen~
vervangen.)