193. Uitdeelen--verdeelen.

_In deelen splitsen._

~Verdeelen~ zegt dit meer in 't bijzonder: _de erfenis wordt ~verdeeld~_

(komt dus niet aan één persoon); _een boek in hoofdstukken ~verdeelen~;

appels onder de kinderen ~verdeelen~_. ~Uitdeelen~ ziet op het uitreiken

der deelen, waarin het geheel eerst verdeeld is: _de aandeelen in de

erfenis ~uitdeelen~_; of waarin het geheel meer toevallig gesplitst

wordt: _in 't wilde ~uitdeelen~; aalmoezen ~uitdeelen~_.

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 212 / 279 题