_In deelen splitsen._
~Verdeelen~ zegt dit meer in 't bijzonder: _de erfenis wordt ~verdeeld~_
(komt dus niet aan één persoon); _een boek in hoofdstukken ~verdeelen~;
appels onder de kinderen ~verdeelen~_. ~Uitdeelen~ ziet op het uitreiken
der deelen, waarin het geheel eerst verdeeld is: _de aandeelen in de
erfenis ~uitdeelen~_; of waarin het geheel meer toevallig gesplitst
wordt: _in 't wilde ~uitdeelen~; aalmoezen ~uitdeelen~_.