_De waarde van iemand of iets erkennen._
~Waardeeren~ zegt men van alles, wat waarde voor ons heeft, wat men op
prijs wil stellen: _iemands moeite ~waardeeren~; gij moogt dit mooie
weer wel ~waardeeren~_. ~Achten~ doet men alleen menschen en wel om hun
zedelijke waarde of maatschappelijke betrekking. _Men ~waardeert~ een
hond om zijn waakzaamheid; men ~acht~ hem niet._