187. Omslachtig--breedvoerig--uitvoerig--omstandig--wijdloopig.

_Het tegengestelde van beknopt._

~Omslachtig~ duidt aan, dat men veel _omslag_ maakt, d.i. een grooten

omhaal van woorden bezigt; men geeft dus veel meer in zijn verhaal, dan

noodig is.

~Omstandig~ heet het verhaal, waarin alle voorname bijzonderheden

vermeld worden, alsof een omstander het feit vertelde.

~Uitvoerig~ ziet op de redeneering of het verhaal, waarin niets gemist

wordt, wat voor het onderling verband noodig is.

Wil men in een verslag de omstandigheden niet enkel noemen, maar ook

nader ontvouwen, om voor hem, die niet geheel op de hoogte is, des

te duidelijker te zijn, dan spreekt men van ~breedvoerig~. In een

breedvoerig betoog worden dus de verschillende onderdeelen van het

onderwerp nader uiteengezet en verklaard. Wie hierbij echter onnoodig

zaken aanroert en behandelt, en dus zijn redeneering of bewijsvoering

noodeloos rekt, wordt ~wijdloopig~.

~Omstandig~ en ~uitvoerig~ zijn dus goede hoedanigheden van een

spreker of schrijver, soms moet hij ook ~breedvoerig~ zijn; maar

~omslachtigheid~ en ~wijdloopigheid~ zijn steeds af te keuren.

* * * * *

De rechter verlangt van de getuigen wel een --, maar geen -- verhaal.

Deze -- uiteenzetting van het onderwerp was noodig, omdat anders het

publiek den spreker moeilijk had kunnen volgen.

Van den toestand onzer koloniën komt in dit blad een -- verslag voor,

dat een helder licht op vele zaken werpt.

In zijn ijver, om de onschuld van den beklaagde te doen uitkomen, hield

de advocaat zulk een -- betoog, dat het geduld van zijn toehoorders op

een te zware proef werd gesteld.

De tijd ontbreekt mij om u een -- verslag van die vergadering te geven.

188.

Beleedigen--bespotten--hoonen--krenken--kwetsen--verguizen--smalen--smaden.

_Iemand op grievende wijze behandelen._

~Beleedigen~ zegt dit in het algemeen, zonder dus nader aan te duiden,

waarin de beleediging bestaat. _De gezant werd op straat ~beleedigd~._

~Bespotten~ wijst aan, dat de beleediging met spottende woorden of

gebaren geschiedt; men bespot dus iemand (of iets) door hem belachelijk

te maken. _Gij moogt nooit de godsdienstige gebruiken van

andersdenkenden ~bespotten~._

Bij ~hoonen~ wordt de beleediging door vernedering en schande aangedaan.

_Met ~hoonend~ gelach werd de spreker, die in zijn rede bleef steken,

begroet._

Bij ~smaden~ denkt men meer aan verachting. _Uit de ~smadelijke~

uitroepen van het volk kon de minister duidelijk merken, dat hij zijn

aanzien verloren had._

~Verguizen~ is de hoogste trap van smaden of hoonen. _Geen rechtgeaard

vaderlander laat zijn geboortegrond ~verguizen~._

~Krenken~ duidt aan, dat men iemand grieft, door hem in zijn eer of

rechten aan te tasten, terwijl ~kwetsen~ meer ziet op het beleedigen

van het gevoel. _Dat hij achteruitgezet werd, ~krenkte~ hem zóó, dat

hij ontslag aanvroeg. Deze plaat ~kwetst~ den goeden smaak._

~Smalen~ beteekent: zich minachtend en geringschattend over iemand

(of iets) uitlaten, door diens verdiensten of deugden met opzet te

verkleinen; soms heeft het de bijgedachte, dat de werking uit nijd of

afgunst geschiedt. _Hoezeer sommigen ook ~smaalden~ op het langzame

voortrukken van ons leger, de uitkomst bewees, dat de aanvoerder daarmee

goed had gedaan._

* * * * *

De gemalin van prins Willem V achtte zich zwaar --, toen zij op haar

reis naar Den Haag werd tegengehouden; zij achtte zich in haar eer -- en

liet haar broeder voldoening eischen.

Het geeft altijd een bewijs van slechte opvoeding, als men iemand om

zijn lichaamsgebreken --.

Hij liet zich -- over het schilderij uit, omdat hij blijkbaar zijn

mededinger het behaalde succes niet gunde.

Men moet nimmer een ander in zijn godsdienstige overtuiging --.

Toen de arme stierenvechter het ongeluk had mis te stooten, werd hij

door het publiek met een -- geroep begroet.

Liever dan de vaderlandsche vlag te laten --, vloog Van Speyk de lucht

in.

Door zulk een miskenning van zijn verdiensten ten zeerste --, verliet

hij 's lands dienst.

De Fransche koning achtte zich door het slaan van den gedenkpenning op

den vrede zwaar -- en eischte voldoening.

Het is wel gemakkelijk op den afloop te --, maar de beste stuurlui staan

altijd aan wal.

Ten diepste -- over de geleden nederlaag verviel Karel de Stoute in een

toestand van zinsverbijstering.

Eindelijk brak het uur aan, dat den zoo lang -- man de waardeering te

beurt viel, waarop hij recht had.

Dit boek, dat de goede zeden --, is op last der regeering verboden.

»Triumf! de Nederlandsche Taal Is van het Fransche juk ontheven, En zal,

hoezeer de nijd ook --, Haar ouden luister doen herleven!"

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 206 / 279 题