_Het tegengestelde van beknopt._
~Omslachtig~ duidt aan, dat men veel _omslag_ maakt, d.i. een grooten
omhaal van woorden bezigt; men geeft dus veel meer in zijn verhaal, dan
noodig is.
~Omstandig~ heet het verhaal, waarin alle voorname bijzonderheden
vermeld worden, alsof een omstander het feit vertelde.
~Uitvoerig~ ziet op de redeneering of het verhaal, waarin niets gemist
wordt, wat voor het onderling verband noodig is.
Wil men in een verslag de omstandigheden niet enkel noemen, maar ook
nader ontvouwen, om voor hem, die niet geheel op de hoogte is, des
te duidelijker te zijn, dan spreekt men van ~breedvoerig~. In een
breedvoerig betoog worden dus de verschillende onderdeelen van het
onderwerp nader uiteengezet en verklaard. Wie hierbij echter onnoodig
zaken aanroert en behandelt, en dus zijn redeneering of bewijsvoering
noodeloos rekt, wordt ~wijdloopig~.
~Omstandig~ en ~uitvoerig~ zijn dus goede hoedanigheden van een
spreker of schrijver, soms moet hij ook ~breedvoerig~ zijn; maar
~omslachtigheid~ en ~wijdloopigheid~ zijn steeds af te keuren.
* * * * *
De rechter verlangt van de getuigen wel een --, maar geen -- verhaal.
Deze -- uiteenzetting van het onderwerp was noodig, omdat anders het
publiek den spreker moeilijk had kunnen volgen.
Van den toestand onzer koloniën komt in dit blad een -- verslag voor,
dat een helder licht op vele zaken werpt.
In zijn ijver, om de onschuld van den beklaagde te doen uitkomen, hield
de advocaat zulk een -- betoog, dat het geduld van zijn toehoorders op
een te zware proef werd gesteld.
De tijd ontbreekt mij om u een -- verslag van die vergadering te geven.
188.
Beleedigen--bespotten--hoonen--krenken--kwetsen--verguizen--smalen--smaden.
_Iemand op grievende wijze behandelen._
~Beleedigen~ zegt dit in het algemeen, zonder dus nader aan te duiden,
waarin de beleediging bestaat. _De gezant werd op straat ~beleedigd~._
~Bespotten~ wijst aan, dat de beleediging met spottende woorden of
gebaren geschiedt; men bespot dus iemand (of iets) door hem belachelijk
te maken. _Gij moogt nooit de godsdienstige gebruiken van
andersdenkenden ~bespotten~._
Bij ~hoonen~ wordt de beleediging door vernedering en schande aangedaan.
_Met ~hoonend~ gelach werd de spreker, die in zijn rede bleef steken,
begroet._
Bij ~smaden~ denkt men meer aan verachting. _Uit de ~smadelijke~
uitroepen van het volk kon de minister duidelijk merken, dat hij zijn
aanzien verloren had._
~Verguizen~ is de hoogste trap van smaden of hoonen. _Geen rechtgeaard
vaderlander laat zijn geboortegrond ~verguizen~._
~Krenken~ duidt aan, dat men iemand grieft, door hem in zijn eer of
rechten aan te tasten, terwijl ~kwetsen~ meer ziet op het beleedigen
van het gevoel. _Dat hij achteruitgezet werd, ~krenkte~ hem zóó, dat
hij ontslag aanvroeg. Deze plaat ~kwetst~ den goeden smaak._
~Smalen~ beteekent: zich minachtend en geringschattend over iemand
(of iets) uitlaten, door diens verdiensten of deugden met opzet te
verkleinen; soms heeft het de bijgedachte, dat de werking uit nijd of
afgunst geschiedt. _Hoezeer sommigen ook ~smaalden~ op het langzame
voortrukken van ons leger, de uitkomst bewees, dat de aanvoerder daarmee
goed had gedaan._
* * * * *
De gemalin van prins Willem V achtte zich zwaar --, toen zij op haar
reis naar Den Haag werd tegengehouden; zij achtte zich in haar eer -- en
liet haar broeder voldoening eischen.
Het geeft altijd een bewijs van slechte opvoeding, als men iemand om
zijn lichaamsgebreken --.
Hij liet zich -- over het schilderij uit, omdat hij blijkbaar zijn
mededinger het behaalde succes niet gunde.
Men moet nimmer een ander in zijn godsdienstige overtuiging --.
Toen de arme stierenvechter het ongeluk had mis te stooten, werd hij
door het publiek met een -- geroep begroet.
Liever dan de vaderlandsche vlag te laten --, vloog Van Speyk de lucht
in.
Door zulk een miskenning van zijn verdiensten ten zeerste --, verliet
hij 's lands dienst.
De Fransche koning achtte zich door het slaan van den gedenkpenning op
den vrede zwaar -- en eischte voldoening.
Het is wel gemakkelijk op den afloop te --, maar de beste stuurlui staan
altijd aan wal.
Ten diepste -- over de geleden nederlaag verviel Karel de Stoute in een
toestand van zinsverbijstering.
Eindelijk brak het uur aan, dat den zoo lang -- man de waardeering te
beurt viel, waarop hij recht had.
Dit boek, dat de goede zeden --, is op last der regeering verboden.
»Triumf! de Nederlandsche Taal Is van het Fransche juk ontheven, En zal,
hoezeer de nijd ook --, Haar ouden luister doen herleven!"