184. Aarzelen--schromen--weifelen--in twijfel staan--zich bedenken.

_Geen vast besluit kunnen nemen._

~Aarzelen~ duidt oorspronkelijk een achterwaartsche beweging aan, het

wil dus zeggen: voor het besluit of de handeling terugdeinzen, doordat

men zich te zwak gevoelt. _Als men mij die betrekking aanbood, zou ik

~aarzelen~ ze aan te nemen._

~Schromen~ duidt aan, dat schroom (zie No. 166) de oorzaak is, waardoor

men niet tot een besluit kan komen. _Ik was hem al zoo dikwijls lastig

gevallen, dat ik ~schroomde~ alweder zijn hulp in te roepen._

~Weifelen~ duidt aan, dat men niet tot een besluit kan komen, doordat

men geen wilskracht, geen doortastendheid bezit. _Door zijn ~weifelen~

in het beslissende oogenblik is de onderneming mislukt._

~In twijfel staan~ beteekent: tusschen twee zaken niet kunnen kiezen,

daar het vóór en tegen vrijwel tegen elkander opwegen. _Ik ~stond~

langen tijd ~in twijfel~, of ik zou schrijven dan wel zelf zou gaan._

(Twij = twee.)

~Zich bedenken~ gebruikt men, als men zijn te nemen besluit vooraf nog

eens in ernstige overweging wenscht te nemen. _Ik kan mijn toestemming

nu nog niet geven, ik moet ~mij~ eerst nog eens terdege ~bedenken~._

Soms beteekent het ook: op zijn reeds genomen besluit door nadenken

terugkomen. _In mijn eerste opwelling van woede besloot ik hem een

beleedigenden brief te schrijven, maar bij nader inzicht ~bedacht~ ik

~mij~ gelukkig nog._

* * * * *

Wie buiten zijn toedoen in armoede vervalt, behoeft niet te -- om

ondersteuning te vragen.

De bevelhebber -- tot den aanval over te gaan, daar hij een heftigen

tegenstand vermoedde.

Langen tijd heb ik --, of ik voor arts dan wel voor notaris zou

studeeren.

Ik hoor, dat hij plan heeft zijn geld in die gewaagde onderneming te

steken; voor hem hoop ik, dat hij -- zal.

Hoewel gij er soms iemand onaangenaam door moet zijn, moogt gij niet --,

naar plicht en geweten te handelen.

De koning had met een weinig toegeven den opstand nog kunnen voorkomen,

maar daar hij in het beslissende oogenblik -- tot zulk een verzoenende

daad over te gaan, verloor hij zijn laatste vrienden.

Gij weet, op welke wijze gij zijn vriendschap behouden kunt; waarom --

gij dan nog daartoe over te gaan?

Gerust moogt gij --, vóór gij hem uw vriendschap opzegt, maar is uw

besluit genomen, -- dan ook niet het ten uitvoer te brengen.

Door de -- houding, die ons land bij de voorgestelde alliantie aannam,

liet het de gelegenheid, om bondgenooten te winnen, voorbij gaan.

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 203 / 279 题