164. Zien--kijken--staren--gluren--turen.

_Door middel van het gezicht iets waarnemen._

~Zien~ laat in het midden, of dit met opzet of meer toevallig geschiedt.

_Men ~ziet~ daar soms meer, dan ons lief is_ (toevallig).--_Hij ~ziet~

verlangend mijn komst tegemoet_ (met opzet). Het duidt soms ook het

bloote vermogen aan, dat men door 't gezichtszintuig iets kan waarnemen:

_Deze man kan niet meer ~zien~._

~Kijken~ onderstelt meer opzettelijk het oog op iets richten: _~Kijk~

eens, of hij er aankomt.--Hij ~kijkt~ naar de sterren._

~Staren~ (star = stijf) beteekent met strakke, groote oogen naar iets

zien, meestal zonder doel en onwillekeurig, soms ook van verbazing,

schrik, enz. _Hij ~staarde~ mij verwonderd aan._

~Turen~ is met inspanning van 't gezicht naar iets kijken (dus met

opzet!), 't zij uit nieuwsgierigheid, 't zij om nauwkeurig waar te

nemen. _Hij ~tuurt~ met zijn kijker naar het stipje in de verte._

~Gluren~ beteekent hetzelfde als turen, maar met de bijgedachte, dat dit

in het geheim geschiedt. _Hij ~gluurde~ door een kiertje van de deur, om

te weten, wie er binnen was._

* * * * *

Wat -- gij voor bijzonders aan deze schilderij?

Sommigen meenen, dat de mol niet -- kan; maar dat is een dwaling.

Waarom -- gij mij zoo aanhoudend aan?

De visschersvrouw zat op het duin en -- peinzend over de groote

watervlakte.

De visschersvrouw klom op het duin en -- naar het puntje aan den

horizon, of dat soms het schip van haar man was.

De jongen was zóó nieuwsgierig, dat hij door het sleutelgat --.

Mijnheer B. zal toch niet overleden zijn, daar ik hem in langen tijd

niet -- heb.

Als gij goed uit uw oogen --, zult gij de fout in uw opstel wel --.

Van ontzetting -- zij wezenloos voor zich uit.

De matroos zat in het topje van den mast te --, of hij het land al --

kon.

Ik -- wel, dat gij door uw vingers zit te --.

Als gij lang op hetzelfde punt --, begint het te wemelen.

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 181 / 279 题