120. Aanvaarden--aannemen--op zich nemen--ontvangen.

_In het bezit van iets komen._

~Aannemen~ en ~ontvangen~ onderstellen, dat de zaak ons door een ander

wordt overgedragen; _aannemen_ drukt evenwel uit, dat men vrijwillig

van het voorwerp bezit neemt (actief), terwijl _ontvangen_ meer een

lijdelijk in bezit komen onderstelt. Men _ontvangt_ een wonde, maar men

_neemt_ ze niet _aan_. Men _ontvangt_ onderwijs (lijdelijk), maar men

_neemt_ iemands leerstellingen _aan_ (actief). Tegenover _ontvangen_

staat dus _geven_, tegenover _aannemen_ kan men _aanbieden_,

_overdragen_ stellen.

~Aanvaarden~ geeft evenals aannemen ook wel een vrijwillig inbezitnemen

te kennen, maar wijst er tevens op, dat die aanvaarding zekere plichten

van ons eischt, bijv. de regeering _aanvaarden_. Zoodra men dus de

verantwoording voor die plichten op zich neemt, zoodra men derhalve de

betrekking of waardigheid _begint_ uit te oefenen, _aanvaardt_ men

haar. _Hij heeft zijn benoeming tot voorzitter wel ~aangenomen~, maar

de functie nog niet ~aanvaard~._ Daar dit aanvaarden gewoonlijk met

eenige officiëele plechtigheid gepaard gaat (inhuldiging der Koningin,

installatie van een burgemeester), gebruikt men ~aanvaarden~ ook wel in

de beteekenis van aannemen, doch met het bijdenkbeeld van eenigszins

op plechtige wijze; wat aanvaard wordt, moet dus een zaak van belang

zijn, zoodat het in dit geval sterker of beleefder is dan aannemen.

_~Aanvaard~ dit geschenk mijner hoogachting. Ik ~aanvaard~ uw erkenning

van schuld._--Een geheel andere beteekenis heeft het woord in zinnen

als: een reis ~aanvaarden~, d.w.z. beginnen te ondernemen.

~Op zich nemen~ duidt aan, dat men zich verbindt iets te doen en de

verantwoordelijkheid daarvan voor zijn rekening neemt; het bepaalt

zich meestal tot het volbrengen van een enkele daad, terwijl

~aanvaarden~ een voortdurende verantwoordelijke werkzaamheid onderstelt.

_Hij ~nam op zich~, de verzoening tusschen de beide partijen tot stand

te brengen._ (Na de verzoening was zijn taak afgeloopen.)

* * * * *

Hebt gij mijn rekening wel --?

Hebt gij den brief, met strafporto belast, --?

Zou hij het beschermheerschap onzer vereeniging willen --?

De nieuw gekozen voorzitter -- de benoeming aan en -- terstond zijn

functie; ook heeft hij --, eenige nieuwe leden aan te werven.

Ik verzoek u wel dit klein bewijs mijner erkentelijkheid te willen --.

Bij dien volksoploop -- menigeen een sabelhouw.

Ik --, u in zes maanden voor dat examen klaar te maken.

Het was van hem een edele daad, geheel alleen de verantwoordelijkheid

voor het tekort --.

Wanneer zullen wij den tocht --?

Hij heeft een opdracht van de regeering --, om een onderzoek naar den

oorsprong dezer ziekte in te stellen, maar men gelooft, dat hij die

opdracht niet zal --.

De secretaris --, den president bij de -- van diens waardigheid te

complimenteeren.

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 137 / 279 题