_In het bezit van iets komen._
~Aannemen~ en ~ontvangen~ onderstellen, dat de zaak ons door een ander
wordt overgedragen; _aannemen_ drukt evenwel uit, dat men vrijwillig
van het voorwerp bezit neemt (actief), terwijl _ontvangen_ meer een
lijdelijk in bezit komen onderstelt. Men _ontvangt_ een wonde, maar men
_neemt_ ze niet _aan_. Men _ontvangt_ onderwijs (lijdelijk), maar men
_neemt_ iemands leerstellingen _aan_ (actief). Tegenover _ontvangen_
staat dus _geven_, tegenover _aannemen_ kan men _aanbieden_,
_overdragen_ stellen.
~Aanvaarden~ geeft evenals aannemen ook wel een vrijwillig inbezitnemen
te kennen, maar wijst er tevens op, dat die aanvaarding zekere plichten
van ons eischt, bijv. de regeering _aanvaarden_. Zoodra men dus de
verantwoording voor die plichten op zich neemt, zoodra men derhalve de
betrekking of waardigheid _begint_ uit te oefenen, _aanvaardt_ men
haar. _Hij heeft zijn benoeming tot voorzitter wel ~aangenomen~, maar
de functie nog niet ~aanvaard~._ Daar dit aanvaarden gewoonlijk met
eenige officiëele plechtigheid gepaard gaat (inhuldiging der Koningin,
installatie van een burgemeester), gebruikt men ~aanvaarden~ ook wel in
de beteekenis van aannemen, doch met het bijdenkbeeld van eenigszins
op plechtige wijze; wat aanvaard wordt, moet dus een zaak van belang
zijn, zoodat het in dit geval sterker of beleefder is dan aannemen.
_~Aanvaard~ dit geschenk mijner hoogachting. Ik ~aanvaard~ uw erkenning
van schuld._--Een geheel andere beteekenis heeft het woord in zinnen
als: een reis ~aanvaarden~, d.w.z. beginnen te ondernemen.
~Op zich nemen~ duidt aan, dat men zich verbindt iets te doen en de
verantwoordelijkheid daarvan voor zijn rekening neemt; het bepaalt
zich meestal tot het volbrengen van een enkele daad, terwijl
~aanvaarden~ een voortdurende verantwoordelijke werkzaamheid onderstelt.
_Hij ~nam op zich~, de verzoening tusschen de beide partijen tot stand
te brengen._ (Na de verzoening was zijn taak afgeloopen.)
* * * * *
Hebt gij mijn rekening wel --?
Hebt gij den brief, met strafporto belast, --?
Zou hij het beschermheerschap onzer vereeniging willen --?
De nieuw gekozen voorzitter -- de benoeming aan en -- terstond zijn
functie; ook heeft hij --, eenige nieuwe leden aan te werven.
Ik verzoek u wel dit klein bewijs mijner erkentelijkheid te willen --.
Bij dien volksoploop -- menigeen een sabelhouw.
Ik --, u in zes maanden voor dat examen klaar te maken.
Het was van hem een edele daad, geheel alleen de verantwoordelijkheid
voor het tekort --.
Wanneer zullen wij den tocht --?
Hij heeft een opdracht van de regeering --, om een onderzoek naar den
oorsprong dezer ziekte in te stellen, maar men gelooft, dat hij die
opdracht niet zal --.
De secretaris --, den president bij de -- van diens waardigheid te
complimenteeren.