_De ruimte tusschen twee voorwerpen._
~Verwijdering~ drukt uit, dat die tusschenruimte vroeger niet bestond.
Hoe meer men bijv. de stad achter zich laat, hoe grooter dus eigenlijk
de verwijdering wordt. Het gebruik wil echter, dat dit woord thans
alleen figuurlijk voorkomt. _Sedert er tusschen deze twee vrienden
~verwijdering~ is ontstaan, gaat ieder zijns weegs._
~Afstand~ duidt eenvoudig aan, dat er tusschen twee voorwerpen een
zekere ruimte bestaat als gevolg van den stand, dien zij ten opzichte
van elkander innemen. _De ~afstand~ tusschen Amsterdam en Baarn bedraagt
36 K.M._ (Waarom is hier _verwijdering_ niet gebruikelijk?)
~Verte~ wijst alleen het tegengestelde van nabijheid aan en duidt dus
altijd op een eenigszins grooteren afstand. Men kan dan ook niet zeggen
in _een_ verte, maar wel in _de_ verte, terwijl afstand wel degelijk het
lidwoord van onbepaaldheid kan hebben.
* * * * *
Wanneer men een plaats al wandelend verlaat, neemt bij iedere schrede de
-- (het oorspronkelijke woord!) toe, d.w.z. men bevindt zich bij iederen
stap op grooteren -- van de stad, totdat men haar ten laatste nog
slechts in de -- kan zien.