_De noodige eigenschappen voor iets bezittende._
~Vatbaar~ zegt, dat iemand in staat is tot het vatten of ontvangen van
invloeden buiten hem. _Hij is erg ~vatbaar~ voor allerlei ziekten._
~Geschikt~ duidt aan, dat iemand door zijn bekwaamheid of aanleg in
staat is, om iets te doen. _Hij is om zijn welsprekendheid zeer
~geschikt~ voor president dezer vereeniging._
* * * * *
Die jongen is niet -- voor goede indrukken.
Zulk een bedaard mensch is niet -- om als matroos te varen.
Deze tuinman is ook -- voor koetsier.
Ik geloof niet, dat deze booswicht voor verbetering -- is.
Van Wassenaar-Obdam was niet -- voor vlootvoogd.
Michiel de Ruyter was volstrekt niet -- voor vleierij.
De commissaris van politie is zeer -- om het onderzoek te leiden.