_Het trekken van de eene plaats naar de andere._
~Tocht~ onderstelt, dat er moeilijkheden te overwinnen zijn, terwijl
~reis~ meer op den verren afstand ziet. Zoo spreekt men bij het leger
van veld_tochten_, niet van veld_reizen_. Waarom is het beter te zeggen
een _plezierreisje_ dan een _pleiziertochtje_?
* * * * *
Op hun huwelijks-- naar Zwitserland hebben zij prachtig weer gehad.
De kruis-- hadden ten doel het Heilige Land te veroveren.
Op onze -- door Duitschland hebben wij den Harz bezocht.
Napoleons -- naar Rusland was het begin van het einde.
De -- van den koning naar St.-Petersburg zal een week worden
uitgesteld.
Maurits' -- naar Duinkerken is niet geslaagd.
»Als iemand verre -- doet, dan kan hij wat verhalen."