38. Plagen--kwellen.

_Iemand verdriet of onaangenaamheden veroorzaken._

~Plagen~ onderstelt, dat het verdriet niet bijzonder groot is, terwijl

~kwellen~ aanwijst, dat men iemand werkelijk leed (pijn, enz.) aandoet.

_Je mag den hond niet zoo ~plagen~, maar nog minder mag je hem

~kwellen~._--~Plagen~ wordt ook gebruikt in verbinding met hongersnood,

pest, duurte en andere onheilen, die al of niet als een straffe Gods

worden aangemerkt. _Het land werd met hongersnood ~geplaagd~._ (Denk ook

aan de plagen van Egypte!)

* * * * *

De reiziger werd door een hevigen dorst --.

Gij moet de meid niet zoo --, door haar telkens om een wissewasje binnen

te laten komen.

Wie de dieren --, heeft ook voor de menschen geen goed hart.

Gij moet dat kleine kind niet zoo --.

Karel V werd vaak door jicht --.

Mijn broer -- mijn zuster altijd met haar dwazen hoed.

Zijn knagend geweten -- hem dag en nacht.

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 46 / 279 题