36. Talmen--dralen.

_Traagheid betoonen._

~Dralen~ doet hij, die door zijn weifeling of vrees tot geen besluit

komt en dus met het werk niet begint.--~Talmen~ doet hij, die wel met

het werk begonnen is, maar er geen voortgang mee maakt, doordat hij òf

te traag van aard is, òf zich te zwak voor de opgenomen taak gevoelt.

* * * * *

Je moet niet zoolang --, begin maar terstond.

Hij -- zoo vreeselijk met zijn werk, dat er van opschieten geen sprake

is.

De veldheer -- tot den slag over te gaan, daar hij met de stellingen

van den vijand niet goed bekend was.

De vijand -- met het beleg der stad zoo zeer, dat deze zich nog

voldoende kon voorbereiden.

Door het lange -- met de toezending der vereischte sollicitatiestukken

heeft hij den vastgestelden termijn laten verstrijken.

Komt mannen, niet --! vol moed den vijand aangevallen.

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 44 / 279 题