_Traagheid betoonen._
~Dralen~ doet hij, die door zijn weifeling of vrees tot geen besluit
komt en dus met het werk niet begint.--~Talmen~ doet hij, die wel met
het werk begonnen is, maar er geen voortgang mee maakt, doordat hij òf
te traag van aard is, òf zich te zwak voor de opgenomen taak gevoelt.
* * * * *
Je moet niet zoolang --, begin maar terstond.
Hij -- zoo vreeselijk met zijn werk, dat er van opschieten geen sprake
is.
De veldheer -- tot den slag over te gaan, daar hij met de stellingen
van den vijand niet goed bekend was.
De vijand -- met het beleg der stad zoo zeer, dat deze zich nog
voldoende kon voorbereiden.
Door het lange -- met de toezending der vereischte sollicitatiestukken
heeft hij den vastgestelden termijn laten verstrijken.
Komt mannen, niet --! vol moed den vijand aangevallen.