_Staande houden, dat iets niet zoo is._
~Ontkennen~ drukt dit zonder meer uit. _Deze schrijver ~ontkent~, dat
Jan van Schaffelaar van den toren is gesprongen.--De beschuldigde
~ontkent~, dat hij gestolen heeft._
~Loochenen~ heeft de bijgedachte, dat men tegen beter weten in iets
ontkent, dus dat men met opzet liegt. _Hij ~loochent~ wel dit stuk
geschreven te hebben, maar zijn schrift verraadt hem._
* * * * *
Hoewel hij uitdrukkelijk --, dat hij de schrijver van dit artikel is,
wordt hij er toch algemeen voor gehouden.
De dief -- eerst wel de waarheid van de verklaring der getuigen, maar
men bracht hem spoedig door overtuigende bewijzen tot bekentenis.
Hardnekkig -- hij het bestaan van een zuster, die met hem de erfenis zou
moeten deelen, maar het onderzoek bewees, dat hij wel beter wist.
Ten stelligste -- hij het bestaan van een zuster, die met hem de erfenis
zou moeten deelen; het onderzoek bewees, dat hij werkelijk gelijk had.