_Voor _of_ in het algemeen._
~Openbaar~ is datgene, wat voor ieder open is, waarvan niemand is
uitgesloten. Een _openbare_ vergadering; een _openbare_ wandeling.
Verder duidt het woord aan, dat iets vanwege de regeering is opgericht
of daartoe behoort: een _openbare_ school, een _openbare_ betrekking.
~Openlijk~ wijst aan, dat iets niet in 't geheim geschiedt, dat het dus
voor niemand behoeft verborgen te worden. _Als gij niet betaalt, zet ik
uw naam ~openlijk~ in de courant._
Het tegengestelde van openbaar is: particulier, besloten; van openlijk:
in 't geheim, bedektelijk.
* * * * *
Ik zei hem -- de waarheid.
Wanneer men in een -- vergadering iemand iets in het oor fluistert,
zegt men dat niet --. En wanneer men in een gesloten bijeenkomst iets --
mededeelt, wil men dat nog niet altijd in het -- herhalen.
De zaak zal in een -- vergadering behandeld worden.
Ik zal u -- zeggen, hoe ik er over denk.
De uitslag der vredesonderhandelingen werd door de Regeering -- gemaakt.
Van alle -- gebouwen waaide de driekleur.
Van der Duyn van Maasdam, Hogendorp en Van Limburg Styrum, in stilte
werkzaam voor de bevrijding, hielden zich gereed om ook -- op te treden,
zoo ras het gunstig tijdstip zou komen.
Wat verstaat men onder het -- Ministerie?