JAROMIR.”

„En wat schrijft hij aan Lodoiska? Ik bid u, verberg mij dit niet,”

vroeg Boleslaw haastig, terwijl hij scheen te beven.

Rasinski sloeg een anderen brief open en las:

„Lodoiska!

„Wij zijn voor eeuwig, doch door _mijne schuld_ gescheiden; werp uw

ring in de rivier, den uwen wierp ik in een dieperen afgrond. Antwoord

mij niet, want gij zoudt in de overmaat uwer hemelsche goedheid

mij kunnen willen vergeven; ik mag geene vergiffenis aannemen. Uw

eeuwigdurend stilzwijgen zij dan ook mijne straf, gelijk ik mij voor

eeuwig uit uw gezicht verban.

1812: Historische roman · 第 90 / 154 题