De eerstvolgende dagen gingen voor de vrouwen zoo stil als gewoonlijk
voorbij. De gewonnen slag maakte voor haar, gelijk voor alle inwoners
van Warschau, nog steeds den hoofdinhoud van het gesprek uit. Van tijd
tot tijd werden meer juiste berichten daaromtrent bekend, daar ieder,
die den zijnen, hoe vluchtig dan ook, geschreven had, toch de eene of
andere omstandigheid had vermeld. De bestorming der groote redoute
was door de meesten kortelijk meêgedeeld. Bijna niemand was er, die
niet van het groote verlies, de hardnekkigheid van het gevecht, het
ontzettend artillerievuur en de ongeloofelijke inspanningen het een of
ander aanhaalde.
Na drie dagen verscheen een uitvoerig officieel bericht in de
couranten. De gravin las het eerst met de meest ingespannen aandacht.
Trotsch klopte haar hart, zoo dikwijls de dapperheid der poolsche
troepen werd vermeld, vooral echter, waar het bericht van de cavalerie
sprak. Toen zij had uitgelezen, ging zij naar Lodoiska en Maria, die,
met vrouwelijken arbeid bezig, op hare kamer zaten, om haar voor te
lezen, wat de couranten inhielden. De belangstelling der beide meisjes
was zoo groot, dat de naald haar onwillekeurig ontzonk; bij elken
nieuwen strijd, die geschilderd werd, beefden zij opnieuw voor hare
betrekkingen. Vooral toen het heette: „Nu kreeg de koning van Napels
bevel van den keizer, om alle cavalerie, die hem ten dienste stond,
bijeen te zamelen en daarmede de russische liniën overhoop te werpen,
zoodat de schrikkelijke redoute in front aangevallen kon worden. Twee
regimenten saksische kurassiers, drie poolsche regimenten lichte
cavalerie....”
Hier begon Lodoiska te beven en verbleekte; zelfs de meer bedaarde
Maria verschoot van kleur, Rasinski werd niet genoemd, doch een
voorgevoel zeide haar, dat hij er met zijn regiment bij tegenwoordig
geweest was. Deze voorstelling werkte sterk op haar; de beschrijving
van het gevecht was levendig. Zij erkende groote verliezen, doch
schilderde ook de zegepraal met schitterende kleuren.
De gravin was aan het einde. Als op een afgesproken teeken sprongen
de meisjes, die tot dusver in bevende spanning hadden gezeten, op
en zonken elkander in de armen. Het was de diepste aandoening over
de redding harer geliefdsten uit het schrikkelijk onweder van dezen
strijd. Zelfs de gravin werd week, sloot de meisjes aan hare borst en
boog haar moederlijk hoofd tot haar neder.
Eerst den vijfden dag kwam een tweede brief van Rasinski, waarin met
potlood geschreven blaadjes van Lodewijk en Jaromir lagen. Rasinski
schreef:
„Dierbare Zuster!
„Sinds vier dagen vervolgen wij den vijand zonder ophouden en dagelijks
vallen er schermutselingen voor. Evenwel rukken wij langzaam voort,
daar de Russen zich in goede orde terugtrekken. Het zou niet zoo zijn,
als onze afmatting het mogelijk had gemaakt, hen sneller te vervolgen.
De zorg voor onze gekwetsten en voor ons onderhoud neemt bijna ieder
oogenblik in beslag. Daarom slechts deze weinige regels. Wij hebben
vele dierbare vrienden verloren! Twee derden van mijn regiment liggen
op de hoogten van Smolensko, en onder hen ook mijn trouwe Petrowski,
wiens lijk ik niet eens kon opzoeken en begraven. Sinds duizenden van
jaren is er zoo geen bloedige slag gestreden. Onze vermoeienissen zijn
onbeschrijfelijk, doch door Gods goedheid zijn wij nog gezond en wel.
Over het bloedige slagveld van Borodino zal de vrijheidszon van Polen
opgaan. Daarom, Johanna, treur niet over de dooden. Het vaderland zal
hun eereteekenen stichten, die hun roem onvergankelijk doen schitteren.
Vaarwel, Johanna! Het morgenrood breekt eindelijk aan. Verheug u!
Uw Broeder.”
Lodewijks blaadje luidde:
„Maria! dagen had ik noodig, om mijn hart voor u uit te storten, en
slechts minuten zijn mij vergund. Den avond vóór den slag vernam ik den
dood onzer moeder. O, welk een lieve, vertroostende brief van u. Midden
in het gewoel van den strijd was mijn hart slechts bij u, gij arme, en
de dreigende gevaren verloren bijna hunne macht over mij. Bernard is
de trouwste ziel op aarde; hij waande mij verloren en zocht mij onder
de dooden. Doch wij vonden elkander levend terug. Vaarwel! vertwijfel
niet! de dag des wederziens en des geluks komt ook voor ons. Dat deze
schrikkelijke dag mij spaarde, zij u daar borg voor.”
Jaromir schreef slechts:
„Lodoiska, mijn eenigst leven! Beef niet meer, alle gevaren zijn
voorbij! De slag was geweldig; ook ik beween vele getrouwe broeders
en kameraden. Doch mij beschermde uw gebed; u dank ik alles, geluk en
leven. O, kon ik slechts weder aan uw boezem zinken. Boleslaw, Lodewijk
en Bernard leven.—Dierbaarste, vaarwel! en denk aan uw eeuwig getrouwen