HOOFDSTUK IV.

De eerstvolgende dagen gingen voor de vrouwen zoo stil als gewoonlijk

voorbij. De gewonnen slag maakte voor haar, gelijk voor alle inwoners

van Warschau, nog steeds den hoofdinhoud van het gesprek uit. Van tijd

tot tijd werden meer juiste berichten daaromtrent bekend, daar ieder,

die den zijnen, hoe vluchtig dan ook, geschreven had, toch de eene of

andere omstandigheid had vermeld. De bestorming der groote redoute

was door de meesten kortelijk meêgedeeld. Bijna niemand was er, die

niet van het groote verlies, de hardnekkigheid van het gevecht, het

ontzettend artillerievuur en de ongeloofelijke inspanningen het een of

ander aanhaalde.

Na drie dagen verscheen een uitvoerig officieel bericht in de

couranten. De gravin las het eerst met de meest ingespannen aandacht.

Trotsch klopte haar hart, zoo dikwijls de dapperheid der poolsche

troepen werd vermeld, vooral echter, waar het bericht van de cavalerie

sprak. Toen zij had uitgelezen, ging zij naar Lodoiska en Maria, die,

met vrouwelijken arbeid bezig, op hare kamer zaten, om haar voor te

lezen, wat de couranten inhielden. De belangstelling der beide meisjes

was zoo groot, dat de naald haar onwillekeurig ontzonk; bij elken

nieuwen strijd, die geschilderd werd, beefden zij opnieuw voor hare

betrekkingen. Vooral toen het heette: „Nu kreeg de koning van Napels

bevel van den keizer, om alle cavalerie, die hem ten dienste stond,

bijeen te zamelen en daarmede de russische liniën overhoop te werpen,

zoodat de schrikkelijke redoute in front aangevallen kon worden. Twee

regimenten saksische kurassiers, drie poolsche regimenten lichte

cavalerie....”

Hier begon Lodoiska te beven en verbleekte; zelfs de meer bedaarde

Maria verschoot van kleur, Rasinski werd niet genoemd, doch een

voorgevoel zeide haar, dat hij er met zijn regiment bij tegenwoordig

geweest was. Deze voorstelling werkte sterk op haar; de beschrijving

van het gevecht was levendig. Zij erkende groote verliezen, doch

schilderde ook de zegepraal met schitterende kleuren.

De gravin was aan het einde. Als op een afgesproken teeken sprongen

de meisjes, die tot dusver in bevende spanning hadden gezeten, op

en zonken elkander in de armen. Het was de diepste aandoening over

de redding harer geliefdsten uit het schrikkelijk onweder van dezen

strijd. Zelfs de gravin werd week, sloot de meisjes aan hare borst en

boog haar moederlijk hoofd tot haar neder.

Eerst den vijfden dag kwam een tweede brief van Rasinski, waarin met

potlood geschreven blaadjes van Lodewijk en Jaromir lagen. Rasinski

schreef:

„Dierbare Zuster!

„Sinds vier dagen vervolgen wij den vijand zonder ophouden en dagelijks

vallen er schermutselingen voor. Evenwel rukken wij langzaam voort,

daar de Russen zich in goede orde terugtrekken. Het zou niet zoo zijn,

als onze afmatting het mogelijk had gemaakt, hen sneller te vervolgen.

De zorg voor onze gekwetsten en voor ons onderhoud neemt bijna ieder

oogenblik in beslag. Daarom slechts deze weinige regels. Wij hebben

vele dierbare vrienden verloren! Twee derden van mijn regiment liggen

op de hoogten van Smolensko, en onder hen ook mijn trouwe Petrowski,

wiens lijk ik niet eens kon opzoeken en begraven. Sinds duizenden van

jaren is er zoo geen bloedige slag gestreden. Onze vermoeienissen zijn

onbeschrijfelijk, doch door Gods goedheid zijn wij nog gezond en wel.

Over het bloedige slagveld van Borodino zal de vrijheidszon van Polen

opgaan. Daarom, Johanna, treur niet over de dooden. Het vaderland zal

hun eereteekenen stichten, die hun roem onvergankelijk doen schitteren.

Vaarwel, Johanna! Het morgenrood breekt eindelijk aan. Verheug u!

Uw Broeder.”

Lodewijks blaadje luidde:

„Maria! dagen had ik noodig, om mijn hart voor u uit te storten, en

slechts minuten zijn mij vergund. Den avond vóór den slag vernam ik den

dood onzer moeder. O, welk een lieve, vertroostende brief van u. Midden

in het gewoel van den strijd was mijn hart slechts bij u, gij arme, en

de dreigende gevaren verloren bijna hunne macht over mij. Bernard is

de trouwste ziel op aarde; hij waande mij verloren en zocht mij onder

de dooden. Doch wij vonden elkander levend terug. Vaarwel! vertwijfel

niet! de dag des wederziens en des geluks komt ook voor ons. Dat deze

schrikkelijke dag mij spaarde, zij u daar borg voor.”

Jaromir schreef slechts:

„Lodoiska, mijn eenigst leven! Beef niet meer, alle gevaren zijn

voorbij! De slag was geweldig; ook ik beween vele getrouwe broeders

en kameraden. Doch mij beschermde uw gebed; u dank ik alles, geluk en

leven. O, kon ik slechts weder aan uw boezem zinken. Boleslaw, Lodewijk

en Bernard leven.—Dierbaarste, vaarwel! en denk aan uw eeuwig getrouwen

1812: Historische roman · 第 85 / 154 题