ZEVENTIENDE HOOFDSTUK.

De genadige Hemel gaf den menschen het geschrift

Ten baat van minnaars en rampzaalge minnaressen,

Of ook ten dienst van schrijvers, die verkiezen.

Den held zijn eigen weervaren te laten schrijven.

Naar Pope.

Toen Mannering uit Indië naar Engeland teruggekeerd was, had hij zijne

dochter dadelijk in een gunstig bekend opvoedingsgesticht voor meisjes

geplaatst. Maar reeds na verloop van drie maanden nam hij haar weder

van daar weg, daar hare vorderingen in de kundigheden, welke zij,

zooals hij wenschte, nog verwerven moest, niet zoo groot waren, als

zijn ongeduld verwachtte. Maar Julia had toch tijd genoeg gehad, om

eene eeuwige vriendschap met juffrouw Mathilda Marchmont, een meisje

van omstreeks negentien jaren, dus ten naastenbij van haren leeftijd,

te sluiten. Aan deze getrouwe vriendin werden de dikke brieven

gezonden, welke, zoo lang Julia als gast op Mervyn-Hall was, op de

vleugels van de post van daar vertrokken. Tot opheldering van onze

geschiedenis zal het noodig zijn, eenige uittreksels van deze brieven

mede te deelen.

Guy Mannering of de Sterrewichelaar · 第 19 / 75 题