IV. 3. 29. De nacht van dauw. Ter verklaring kan men omzetten:
"de dauw der nacht".
IV. 3. 48. Hij draagt een papier er van voor zich. De veroordeelde,
die rondgeleid of te pronk gesteld werd, kreeg een papier, waarop
zijn misdrijf stond, voor de borst.
IV. 3. 54. Amors galg. In 't Engelsch wordt Tyburn genoemd, de
terechtstellingsplaats in het oude Londen.
IV. 3. 250. Wie reikt mij 't bijbelboek enz. Een bijbel of nieuw
testament, om dit boek bij het zweren te kussen, zooals in Engeland
steeds geschiedt. De vertaling zou dus ook kunnen luiden: "Wie neemt
een eed mij af."
IV. 3. 258. Zoo ravenzwart enz. De argumenten van Biron voor zijn
donkere schoone vinden wij ook in Sh.'s sonnetten aan een zwarte,
verleidelijke schoone gebezigd, Sonn. 127, 130, 132. Deze stond hem
hier ongetwijfeld voor den geest bij de beschrijving van Rosaline.
IV. 3. 296. En wat uw eed nu aangaat van 't studeeren enz. In
dit pleidooi van Biron vindt men enkele denkbeelden niet alleen
herhaald, maar zelfs in nagenoeg dezelfde woorden uitgedrukt, in
het oog vallend bij het beeld van het Prometheus-vuur. Van daar,
dat men vermoed heeft, dat dit pleidooi eerst korter geweest en
later door den dichter omgewerkt en uitgebreid zou zijn; dat in het
handschrift dus zoowel de eerste schets als het uitgewerkte geheel
stonden en beide door den afschrijver of zetter zijn overgenomen;
enkele regels der eerste redactie zouden hier, andere later ingeschoven
zijn. In de Globe-edition wordt alleen van de drie regels 302-204:
"Uit vrouwenoogen" enz. aangewezen, dat zij behooren te vervallen,
maar dan moet men veeleer, ter wille van den samenhang nog eenige
voorafgaande regels verwerpen, zooals dan ook, door plaatsing
tusschen [], hier gedaan is.--Vreemd is het zeker, dat de dichter,
bij het omwerken van eenige regels, de oude niet duidelijk heeft
doorgehaald. Volgens Capell en Dyce moeten ook reg. 312-319 "Want welk
een schrijver" enz. verworpen worden.--Als men niet wil aannemen,
dat alles of nagenoeg alles behouden moet worden en dat Biron in
herhalingen treedt om zijn betoog meer klem bij te zetten, dan komt
het mij veeleer waarschijnlijk voor, dat de herhalingen te danken
zijn aan een poging om het lang betoog te bekorten en dat deze bekorte
rede in het afschrift naast het oorspronkelijke stond. Alsdan zou de
gang van het oorspronkelijke betoog deze kunnen zijn:
"En wat uw eed nu aangaat van 't studeeren,
Elk uwer zwoer hiermee zijn boek juist af;
Kunt gij er steeds in suffen, staren, turen?
Wel! eeuwig rustloos zwoegen maakt in de aad'ren
De wakk're levensgeesten tot gevang'nen,
Zooals beweging, zonder rusten voortgaand,
De spierkracht van den reiziger vermoeit.
En wat betreft, dat gij geen vrouw zoudt aanzien,
Hiermeê zwoert gij 't gebruik der oogen af,
En ook de studie, 't doel van uwen eed;
Want spreekt! hadt gij, mijn vorst, of gij, of gij,
Door loodzwaar peinzen" enz.
Het verkort betoog zou dan hebben moeten zijn, wat Furnivall voor
het eerste ontwerp houdt in de voorrede van het facsimile der
quarto-uitgave. Dit ontwerp is volgens hem: reg. 318-319 (later
vervangen door 296-298 en uitgebreid met 305-411), 299-301 (vervangen
door 320-323), 312-317 (vervangen door 324-349), 302-304 (vervangen
door 350-354). Hierop volgt dan reg. 355 enz.
Hoe het zij, als zeker is wel aan te nemen, dat door Shakespeare
hier zijn eerste ontwerp is omgewerkt. Misschien is de omwerking van
grooter omvang geweest dan wij thans kunnen aantoonen.
V. 1. 1. Satis quod sufficit. "Genoeg is, wat voldoende is". Zij
hebben juist het middagmaal gebruikt.
V. 1. 21. Zulke radbrakers der orthographie. Holofernes richt zijn
toorn tegen het afslijten der woorden door de uitspraak, terwijl de
spelling onveranderd blijft. In Sh.'s tijd werden vele, thans niet
meer uitgesproken letters nog gehoord, of men wist zich ten minste
nog te herinneren, dat zij niet altijd stom geweest waren.
V. 1. 30. Laus Deo, bone intelligo. Nathanaël gebruikt bone voor
"goed", terwijl het bene moest zijn. Holofernes vindt dit een schram
voor Priscianus, maar erkent, dat het verstaanbaar is. Priscianus van
Cæsarea was de beroemde taalkundige der oudheid, die in de zesde eeuw
na Chr. te Constantinopel, onder Justinianus, Latijn onderwees. Zijn
taalkundige geschriften waren in de middeleeuwen, en lang daarna,
veel in gebruik en werden ook in deze eeuw nog uitgegeven.--De oude
drukken zijn hier weder jammerlijk onnauwkeurig; er staat: Laus deo,
bene intelligo; waarop Holofernes zegt: Bome boon for boon prescian,
a litle scratcht, 'twil serve.
V. 1. 44. Honorificabilitudinitatibus. Shakespeare
overtreft met dit, zeker op de school gesmeed, woord,
zijn voorganger Rabelais niet, die als titel van een boek
opgeeft: Antipericatametaparhengedamphicribrationes, en
evenmin sommige namen der organische scheikunde, die b.v. over
methylæthyltriacetylphosphammoniumbromide en dergelijke stoffen
handelt.--Het vlamwiekje, waarvan gesproken wordt, het Engelsche
flapdragon, is het een of ander klein voorwerp, dat op aangestoken
wijn of brandewijn dreef en brandend moest ingezwolgen worden.
V. 1. 124. De negen helden. De negen helden, the Nine Worthies,
traden bij de Lord-Mayors- en andere feestelijke optochten steeds
op, tot groote vreugde van het publiek. De echte helden waren: drie
uit de geschiedenis der Joden, Josua, David en Judas Maccabæus,
drie uit de heidensche oudheid, Hector, Alexander en Julius Cæsar,
en drie uit de christenheid, Arthur, Karel de Groote en Godfried van
Bouillon. Shakespeare heeft de vrijheid genomen eenige der helden door
andere te vervangen.--In de beschrijving van een Chester volksfeest,
in handschrift ter Harleyische boekerij aanwezig en van teekeningen
voorzien, treden na de negen Worthies de vier Jaargetijden op, zooals
Shakespeare aan het slot Ver en Hiems laat opkomen. Hij volgde hier dus
de gewoonten der volksfeesten, en verhoogde aldus voor de toeschouwers
de vermakelijkheid van het stuk.
V. 2. 11. Tot wasdom. Omdat het zegel, in dien tijd van was, op
Cupido's naam kleefde.
V. 2. 40. Zoo schoon als inkt dus. Rosaline is een zwartje. Nu de
hoogblonde Catharina zich in de plagerij mengt, wordt zij met de
in rood gedrukte namen of initialen van feest- en heilige dagen
vergeleken, en de O's doelen op pokputjes, zooals blijkt uit het
zeggen der prinses: "A pox of that jest!"
V. 2. 57. Zoo is 't; ik deelde 't enz. Het Engelsch heeft: Ay, or I
would these hands might never part. Wat beteekent dit? dat zij geen
hand ooit aan een echtgenoot zal wegschenken? of bestond het slot
der keten uit handjes, zoodat zij dit sieraad altijd wil dragen? Er
moest van dezen regel maar iets gemaakt worden.
V. 2. 157. De maskers komen. In Shakespeare's tijd was het optreden
van gemaskerden met of zonder poëtische toespraken zeer in de
mode. Prachtige vertooningen van dien aard hadden er telkens aan het
hof van Hendrik VIII en van Elizabeth plaats; de beschrijvingen er
van zijn in de kronieken van Holinshed en van Hall te vinden. Het
Russisch kostuum werd daartoe meermalen gekozen.
V. 2. 159. Als een glansrijk taf. De maskers der dames bestonden
uit taf.
V. 2. 187. Om 't veld hier maatvast met u rond te gaan. In 't Engelsch:
to tread a measure. Measure is de naam van een statigen dans, ongeveer
als de menuet. Zie "Veel leven om niets", II. 1. 80.
V. 2. 215. Toch blijft zij steeds de maan. Trots al haar wisselingen
blijft de maan steeds dezelfde, en de koning steeds aan de maan
verknocht, evenals de man in de maan onveranderd blijft.
V. 2. 235. In 't dobb'len te bedreven. In 't Engelsch staat: since
you can cog. To cog is de uitdrukking voor het vervalschen van
dobbelsteenen en beteekent dus "valsch dobbelen" of in 't algemeen
"bedriegen", vooral door behendige leugens.
V. 2. 247. Recht fraaie vaerzen;--is niet vaars een kalf? In
't Engelsch is de overgang volstrekt niet minder gezocht: Veal,
quoth the Dutchman. Is not "veal" a calf? De Hollander zegt "veal"
(in plaats van "well"). Is "veal" niet een kalf?" In het Duitsch heeft
Gildemeister de woordspeling eveneens met Verse en Färse nagebootst.
V. 2. 277. Ik zeide: trek! "Trek" kan ook beteekenen "ga heen". In
't Engelsch staat: "No point", waar point, als Fransch beschouwt,
niet, als Engelsch, degenspits beteekent.
V. 2. 281. Van dorpers hoort men vaak een gladder taal. In 't
Engelsch: Well, better wits have worn plain statute caps. Bij een
parlementsacte van 1571 (in 1597 herroepen) was bepaald, dat, met
uitzondering van den adel en andere personen van rang, ieder, die
boven de zes jaar was, op zon- en feestdagen een wollen muts moest
dragen, in Engeland vervaardigd,--een maatregel ter bescherming der
inlandsche nijverheid. Met de dragers van ordonnantie-mutsen worden
dus eerzame kleine burgers, handwerkslieden, enz. bedoeld.
V. 2. 332. Elpen tandenpracht. Het Engelsch spreekt van whale's bone,
wat walrustand beteekent.
V. 2. 339. Veel heil en zegen. Het Engelsch heeft hier een woordspeling
met hail, dat heil en hagel beteekent.
V. 2. 419. Roep Gods erbarmen in voor deze drie. In 't Engelsch: Write,
"Lord have mercy on us" on those three. "Heer, heb erbarmen met ons"
was het gewoon opschrift op huizen, waarin de pest was uitgebroken. "'s
Heeren teekens", waarmee hier de geschenken bedoeld worden, was de
naam voor pestvlekken.
V. 2. 478. 't Is uw vak. In 't Engelsch: you are allow'd; dat is:
"you are an allowed fool".
V. 2. 490. Wij zijn niet onnoozel, heer. Dit is de beteekenis
van 't Eng.: You cannot beg us. De vorst kon naar oud gebruik de
voogdijschap over een onnoozele als gunst toestaan; de voogd kreeg dan
de beschikking over het vermogen van den hem toegekenden beschermeling.
V. 2. 546. Niets boven de vijf in 't novem. Novum, of Novem, of voluit
Novem quinque, was een dobbelspel, waarbij negen en vijf de twee beste
worpen waren. De vijf spelers in de vertooning der negen helden waren
dus de kostelijkste vijf ter wereld, op den vijfworp in 't novem na.
V. 2. 568. Uw neus getuigt van neen, want die staat veel te recht. De
scheeve houding van het hoofd op de oude afbeeldingen van Alexander
is bekend.
V. 2. 580. Uw leeuw, die een houwbijl enz. Volgens de ridderboeken
droeg Alexanders wapenschild een leeuw, op een stoel zittend, met
een strijdbijl in de pooten. Dikkop stelt dit op zijn manier voor en
wil Alexander door Ajax (a jakes) vervangen; hier moge Castor, door
Dikkop verkeerd uitgesproken, voor hem invallen, evenals Gildemeister
het in zijn vertaling hem reeds liet doen.
V. 2. 609. Uw leeftijd heeft den voorrang. In 't Engelsch: you are my
elder. Volgens de overlevering hing Judas zich op aan een vlierboom,
an elder.
V. 2. 629. Vaarwel, beste Juud, enz. In 't Engelsch wordt ass, ezel,
als slot van den naam afgescheiden. Om de woordspeling eenigszins
over te brengen, moest de vertaler den vorigen regel invoegen.
V. 2. 640. Bij dien vriend daar was Hector maar een Stroojaan. Zoo
vertaalt ook Gildemeister. In 't Engelsch staat: Hector was but a
Trojan; maar Trojan had in de 16de eeuw in 't Engelsch de beteekenis
van landlooper. De vertaling met Trojaan zou niets zijn.
V. 2. 652. Een vergulde muskaatnoot. Bij wijze van doosjes met flikjes
of bonbons dienden vroeger vergulde muskaatnoten en met kruidnagels
bestoken sinaasappelen als geschenken, vooral op Nieuwjaar.