De eerste uitgave, die wij van dit blijspel bezitten, verscheen in
1598, in quarto, en draagt den volgenden titel: A Pleasant Conceited
Comedie Called, Loues labors lost. As it was presented before
her Highnes this last Christmas. Newly corrected and augmented. By
W. Shakespeare. Imprinted at London bij W. W. for Cutbert Burby. 1598
[1]. De uitgever, Burby, heeft zijn recht op dit stuk, blijkens
de registers van het boekverkoopersgilde, in 1606, aan een ander
overgedragen; dat deze het op nieuw heeft uitgegeven, blijkt niet. De
tekst der eerste quarto-uitgave is in de folio-uitgave voor het
eerst weder afgedrukt, en er in overgegaan met de meeste drukfouten:
enkele oude drukfouten zijn verbeterd, maar er komen ook slechtere
lezingen in voor; de folio-uitgave voegt de slotwoorden: "Gij dien
weg, wij dezen" bij den tekst der quarto-uitgave, maar laat, zeer
ten onrechte, in het eerste tooneel van het derde bedrijf reg. 84-93
(blz. 203: "Ik wil u een voorbeeld geven" enz.) uit, en kent in de
woordenwisseling tusschen Biron en Rosaline (II. 1. 180. blz. 200)
"Mejonkvrouw, ik wil u aan mijn eigen hart aanbevelen" enz. de
gezegden van Biron verkeerdelijk aan Boyet toe. De folio-uitgave moge
iets zorgvuldiger gedrukt zijn, eenige drukfouten verbeterd hebben,
zij is geenszins beter dan de quarto-uitgave.
Het stuk was alzoo in 1598 reeds geschreven; de vermelding, dat
het op Kersttijd voor de Koningin gespeeld is, kan doen denken,
dat het in 1597 gereed was, doch dit is niet zeker, daar het jaar
1598 eerst 24 Maart 1599 eindigde. Ondertusschen ook Meres vermeldde
het in dat zelfde jaar in zijn Palladis Tamia. (Zie blz. 121.) Naar
alle waarschijnlijkheid was het stuk verscheiden jaren ouder. De
bijvoeging op den titel der quarto-uitgave: "Newly corrected and
augmented" zou dit doen vermoeden, als die uitdrukking niet zoo
vaak, bij voorbeeld bij de afzonderlijke uitgaven van Richard III,
alleen uit speculatie ten onrechte ware bijgevoegd; ondertusschen
is het hier mogelijk, dat een paar plaatsen ter gelegenheid van de
vertooning voor de Koningin, door den dichter meer zijn uitgewerkt,
zooals nader in de aanteekeningen wordt aangewezen. Maar het stuk zelf
draagt de blijken, dat het tot de eerstelingen des dichters behoort,
tot het tijdperk, waarin hij ook de "Twee Edellieden van Verona" en
"De Klucht der Vergissingen" schreef; de geheele geest van het stuk,
de knuppelverzen, de vele afwisselend rijmende regels enz. bewijzen
dit ten duidelijkste; hierbij komt nog, dat het dansende paard, waar
I. 2. 57 van gesproken wordt, reeds in 1589 in Londen vertoond werd;
de toespeling zou eenige jaren later niet begrepen zijn.--Dat het stuk
langen tijd door het publiek gaarne gezien werd, kan hieruit blijken,
dat het in 1631, naar den tekst der folio-uitgave, nog eens in quarto
werd gedrukt.
Over den aanleg van het stuk en de karakters der personen hier
te spreken, valt buiten het bestek dezer aanteekeningen. Om het
geestige stuk ten volle te genieten, moge men zich in den tijd
des dichters verplaatsen. Zooveel mogelijk is in de aanteekeningen
alles medegedeeld, wat tot opheldering, ook van den oorspronkelijken
tekst, noodig te rekenen is. De gewone verdeeling in bedrijven en
tooneelen moge te wenschen overlaten, ten behoeve van aanhalingen en
vergelijkingen moest zij behouden blijven.
Er is niets bekend van een bron, waaruit dit stuk geput kan
zijn.--Navarre is als tooneel der handeling met oordeel gekozen, als
een neutraal gebied tusschen Spanje en Frankrijk, beide aan Engeland
vijandig gezind; dat het de zetel was van Hendrik IV, deed aan de
belangstelling geen afbreuk. De gebeurtenissen van 1589 in Frankrijk
wekten in Engeland levendige belangstelling, vooral toen Elizabeth
den troonpretendent met hulptroepen ondersteunde. Opmerkelijk is de
overeenkomst van enkele namen met die van voorname, toen levende
personen in Frankrijk. Het was onder Biron, dat de Engelsche
hulptroepen in Frankrijk dienden; hij was zeer bij hen gezien (in
de oude uitgaven heet hij Berowne [2], welke naam IV. 3. 232 op moon
rijmt). Longaville maakte naam bij Senlis in 1589; Dumaine doet denken
aan den Duc de Maine of de Mayenne, wiens naam door Chapman in zijn
"Conspiracie of Byron" evenzoo gespeld wordt. In 1586 had er een
luisterrijke samenkomst plaats van den Koning van Navarre en een
Fransche prinses, Catharina de Medici. De naam van den Spaanschen
bluffer,--in de oude uitgaven vaak met het woord Braggart, in plaats
van met zijn naam aangewezen,--doet aan de Onoverwinnelijke vloot,
de Armada, denken. Het is, alsof Shakespeare aan zijn personen in dit
blijspel met opzet namen gaf, die de belangstelling der toeschouwers
moesten verhoogen. Ook dit wijst er op, dat dit stuk dagteekent uit
een tijd, dat de Fransche toestanden en gebeurtenissen de meeste
aandacht trokken, dus tusschen 1589 en 1593.
I. 1. 56. Wat anders ons verborgen blijft, te leeren. In het
oorspronkelijke gaat hier nog de uitroep why vooraf, alsof de koning
zich de vraag van Biron nooit heeft gedaan en zich even moet bedenken,
om ten minste eenig antwoord te geven.--Dat roemzucht, ijdelheid zijn
drijfveer is, werd in zijn eerste woorden reeds uitgedrukt.
I. 1. 185. Zijn genades gerechtsdienaar. Gelijk zoo even "reprehendeer"
voor "representeer" zegt Dom hier weer tharborough (volgens de quarto
farborough) voor thirdborough. Hij verdraait genoeg woorden, op de
wijze der Clowns bij Shakespeare, dat hier een enkele vergissing wel
eens onvertaald mag blijven.
I. 1. 196. Een hoogdravende hoop voor een lagen hemel. Als men van een
derden of van een hoogsten hemel spreekt, dan is de hemel, waar Biron
met God nu in wenscht opgetrokken te worden, wel bijzonder laag. 't Kan
ook eenvoudig zijn, dat Longaville op den hemel, d. i. de zoldering,
van het tooneel, wijst. Het woord stijl, dat volgt, heeft ook twee
beteekenissen, schrijfwijze en pilaar, in 't Engelsch is stile zoowel
schrijfwijze als een slagboom tusschen velden.--Een oogenblik later
vindt men weder woordspelingen met manner, manier, to be taken with
the manner, op heeterdaad betrapt worden, en manor house, heerenhuis;
als mede met form, vorm en zitbank.
I. 1. 251. Dit gering elzenvorentje. In 't Engelsch: that bare minnow
of thy mirth. Minnow is een klein vischje (Phoxinus lævis), tot de
vorens te rekenen, te nauwernood een palm lang, bij ons elzenvorentje
geheeten, minder bekend dan het alvertje of de nesteling, die een
paar palm lang wordt.
I. 2. 34. Ik ben niet thuis in zulk een klinkklank. In het Engelsch
een woordspeling met cross, een munt, en to cross, in den weg treden.
I. 2. 57. Het dansende paard. Hier wordt gedoeld op het aan elk bekende
paard Marocco, dat door een zekeren Banks in Londen, het eerst in
1589, vertoond werd en door velen als zeer begaafd geroemd wordt,
o. a. door Jonson, Donne, Sir Walter Raleigh. Het gaf te kennen,
hoeveel stuivers een hem getoond zilverstuk waard was, het aantal
oogen op geworpen dobbelsteenen enz. De opgang, dien het paard maakte,
bewoog zijn meester ook het buitenland te gaan bezoeken. In Orleans
beweerden de Capucijners, dat het dier een duivel was. De aanklacht
werd echter ingetrokken, toen, bij de volgende voorstelling, het dier,
op bevel van zijn heer, onder de toeschouwers er een uitzocht met
een crucifix op den hoed, voor het heilige symbool knielde en het
kuste. Men zegt, dat ten slotte Banks met zijn paard te Rome wegens
tooverij verbrand is geworden.
I. 2. 82. Van welke complexie? Complexie was in gebruik in de
beteekenis van temperament. Men nam, evenals vier elementen, ook
vier temperamenten, het cholerisch enz. aan; en omdat men meende,
dat van het temperament ook de gelaatskleur afhing, werd het woord
ook voor de laatste gebezigd. Zoo vat Mot het op.
I. 2. 114. Is er geene ballade, knaap, van den Koning en de
Bedelaarster? De oude ballade: King Cophetua and the Beggar-maid,
door Percy in zijn Reliques of Ancient English Poetry uit
een liederenverzameling van 1612 afgedrukt en ook in Delius'
Shakespeare-uitgave overgenomen, verhaalt eenvoudig, dat Koning
Cophetua, die niets van liefde wilde weten, eens plotseling, toen
hij uit een venster lag, door liefde voor een bedelaarster bevangen
werd, en deze huwde. Penelophon (Armado noemt haar later, IV. 1. 67,
Zenelophon) was dadelijk in haar hoogen rang goed thuis; de koning
leefde zeer gelukkig met haar; zij werden bij hun dood zeer betreurd
en in één graf begraven. Zie ook "Romeo en Julia", II. 1. 14 en
"2 Koning Hendrik IV", V. 3. 106.
I. 2. 136. Dagloonster. In 't Engelsch staat day-woman, wat ook wel
voor dairy-woman, dus "melkmeisje", zou kunnen staan; in Schotland
wordt een melkmeisje hier en daar dey genoemd.--In Engeland waren
over het algemeen deyes bedienden van lageren rang. In een statuut
van Richard II wordt het loon bepaald van: "a swineherd, a female
labourer, and deye" op zes shillings jaarlijks. Chaucer vergelijkt
in het begin van zijn "Nonnes Preestes Tale" het maal van een "poore
widowe" met dat van een dey:
"Milk and brown bread, in which she fond no lack, Seinde [3] bacon,
and sometime an ey or twey; For she was, as it were, a maner dey."
I. 2. 141. Dat is er na! In het Engelsch zegt Jacquenetta: That
's hereby, wat bij haar beteekent: "Al naar 't uitkomt", maar door
Armado wordt gehouden voor: "Hier vlak bij".
I. 2. 183. De eerste en tweede reden voor een tweegevecht. Voor het
tweegevecht bestonden eere-wetboeken, zie "Romeo en Julia", II. 4. 26.
II. 1. 45. In kennis rijk. In het Engelsch: well fitted in arts,
waarmede de zeven vrije kunsten, artes liberales, bedoeld worden.
II. 1. 89. Daar komt Navarre. Dat bij zijn komst de dames haar maskers
klaar hebben, behoeft niet te bevreemden; naar de Italiaansche mode,
in Sh.'s tijd ook in Engeland in zwang, verschenen de dames in het
openbaar meestal gemaskerd. Het masker was oorspronkelijk bestemd ter
bescherming tegen de zonnestralen; dat men het op reis bij de hand had,
was dus niets meer dan natuurlijk.
II. 1. 236. Als een agaatsteen. In Sh.'s tijd waren zegelsteenen van
agaat, waar de afbeelding van een menschenhoofd of van een geheelen
mensch op gesneden was, zeer gewoon. In 2 Hendrik IV. I. 2. 19
vergelijkt Falstaff zijn page met zulk een figuurtje. Zie ook "Veel
leven om niets" III. 1. 65 en "Romeo en Julia" I. 4. 55.
III. 1. 2. Concolinel! Zeker de aanvang of het refrein van een bekend
liedje. In gevallen als deze werd de keuze van een liedje meest aan
de spelers overgelaten.
III. 1. 9. Met een Franschen slag. In het Engelsch staat: with a
French brawl, wat Armado voor rumoer, gekijf of kloppartij houdt,
terwijl de jongen er een bekenden dans mede bedoelt, zooals men had:
"Coratitoes, lavoltos, jigs, measures, pavins, brawls, galliards,
canaries". De vroolijke jigs en canaries worden een oogenblik later
door den jongen ook vermeld. De naam van brawl is afgeleid van het
Fransche branle. Met dezen dans werd niet zelden een bal geopend;
hij was wel geschikt om een ongedwongen toon te doen heerschen,
als ten minste de volgende beschrijving uit een boekje, in 1579
te Antwerpen verschenen, juist is. "Un des gentilshommes et une
des dames, estans les premiers en la danse, laissent les autres
(qui cependant continuent la danse), et, se mettans dedans la dicte
compagnie vont baisans par ordre toutes les personnes qui y sont: à
sçavoir, le gentilhomme les dames, et la dame les gentilshommes. Puis,
ayant achevé leurs baisemens, au lieu qu'ils estoyent les premiers
en la danse, se mettent les derniers. Et ceste façon de faire se
continue par le gentilhomme et la dame qui sont les plus prochains,
jusques à ce qu'on vienne aux derniers".
III. 1. 21. Als een zeeman op het oude behangsel. Er staat eigenlijk:
"als een man naar de oude schilderij". Om de thans niet zeer duidelijke
toespeling wat duidelijker te doen zijn, is er een zeeman van gemaakt,
die vaak, als hij de handen niet uit de mouwen moet steken, ze in
zijn zakken bergt, en is er van wandtapijten gesproken, waar zeker
meermalen zeelieden op voorkwamen.
III. 1. 28. Voor mijn stuiver opmerkzaamheid. Het was in de mode, soms
onstoffelijke zaken met een geldswaarde te meten. Zoo schreef Greene
een boekje: A Groat's worth of Wit enz. (zie de aanteekeningen op 1
Koning Hendrik VI); zoo zegt ook Prins Hendrik in 2 K. Hendrik IV,
II. 2. 99: a crown's worth of interpretation.
III. 1. 30. Het stokpaard is vergeten. Bij de Meioptochten
speelde,--zie de aanteekening op 1 K. Hendrik IV, III. 3. 129,--behalve
broeder Tuck en Juffer Marianne, het paard een groote rol; het berijden
eischte, al was het uit rijs gevlochten en met een bordpapieren kop,
veel bedrevenheid, waarvan Jonson in zijn blijspel "Every Man out of
his Humor" getuigt. Op aandrang der Puriteinen werd het onschuldige
beest, nog uit den Paapschen tijd afkomstig, niet meer op de Meifeesten
toegelaten en de daarover geslaakte verzuchting: "For, O, for, O, the
hobbyhorse is forgot" (Hamlet III. 2. 142) werd weldra bij allerlei
gelegenheden te pas gebracht.
III. 1. 73. De pointe meteen. In 't Engelsch: thy l'envoy. L'envoy
is de oud-Fransche uitdrukking, ook in Engeland gebruikelijk, voor
het slot of het slotcouplet van een gedicht, waarmee het aan iemand
toegezonden of opgedragen werd. Aan Armado is de ware beteekenis van
het woord niet duidelijk; hij denkt, dat het de oplossing van een
raadsel beteekent.--In het vervolg maakt Mot er een toespeling op,
dat Salve zoowel het woord voor "zalf" als de Latijnsche welkomstgroet
is. Hier moest, om een woordspeling te behouden, het woord l'envoy
door pointe vervangen worden, zooals Gildemeister ook in zijn Duitsche
vertaling deed. Een weegbreeblad werd als middel bij wonden gebezigd,
zie "Romeo en Julia" I. 2. 52.
III. 1. 102. Een gans van de hand gezet. De Engelsche uitdrukking
beteekent: een koopje bezorgd, iemand genoopt, zichzelf voor een
gans te verklaren, een spelletje, op het land gebruikelijk.--Fast
and loose, wat volgt, is de naam van een goochelaarsstukje, waarbij
iemand niet heeft, wat hij vast in de hand meent te hebben.--De markt
was gedaan ziet op het zeggen, dat drie vrouwen en een gans samen
een markt uitmaken.
III. 1. 136. Mijn robijntje, mijn kneu. Het onder den naam van kneu,
vlamsijs of tukker bekend vogeltje, de Fringilla cannabina, heet in
Groningerland en in Utrecht robijntje. Het Engelsch heeft hier my
incony Jew. "Incony" beteekent "fijn, lief" en "Jew" staat hier voor
jewel, evenals in den "Midzomernachtdroom", III. 1. 97.
IV. 1. 22. O schoonheidsketterij. Als alleen het geloof zalig maakt,
is vertrouwen op goede werken ketterij.
IV. 1. 56. Boyet, gij kunt trancheeren; snijd dit kapoentje eens
voor. Tot de zaken, die een goed cavalier verstaan moest, behoorde
het voorsnijden van gevogelte. Kapoentje staat, naar 't voorbeeld
van het Fransche poulet, hier voor minnebriefje.
IV. 1. 101. Een phantast, een Monarcho. Hier wordt gedoeld op een
zonderling, die in Londen zeer bekend was, zich steeds in hoogdravende
taal uitte en in het vaste denkbeeld verkeerde, dat hij heer der
geheele wereld was. Het volk had hem den spotnaam van Monarcho
gegeven. In een verzameling van grafschriften van Thomas Churchyard,
uitgegeven in 1580, vindt men er een op dezen "phantastischen monarch,"
zooals hij er heet. Het is in Delius' Sh.-uitgave afgedrukt.
IV. 1. 110. Wie is 't, die jaagt, die jaagt? In 't Engelsen: Who is the
suitor? in de oude edities staat shooter, dat nagenoeg eveneens werd
uitgesproken; een woordspeling tusschen. suitor, "vrijer" en shooter,
"schutter" is bedoeld.
IV. 1. 125. Koningin Ginevra. De niet bijzonder getrouwe gemalin
van koning Arthur, uit gedichten en tooneelstukken aan Sh.'s publiek
welbekend.
IV. 1. 133. De stop. Die in het midden der schijf was, en diende om
te meten hoe ver de raakschoten van het midden bleven.--Het gesprek
vloeit over van dubbelzinnigheden.
IV. 1. 146. Armado aan de' eenen kant. De boer vergelijkt in zijn
gedachten de gevatheid der juffers met die van Mot en komt daardoor in
eens op Armado.--Zulk een sprong in de redeneering behoeft in Dikkop
niet te verwonderen.
IV. 2. 37. Dictynna. Een bijnaam van Diana, die in de Metamorphosen
van Ovidius voorkomt.
IV. 2. 58. Een spitser. Een hert met zijn eerste gewei, twee
onverdeelde spitsen; het volgend jaar heeft iedere stang een tak
en heet het hert een gavelaar of gaffelaar.--Voor het verstaan der
Engelsche uitdrukkingen in dit Epitaphium kan een aanhaling uit
een tooneelstuk van 1606, The Return from Parnassus, dienen: "Now,
Sir, a buck is the first year a fawn; the second year, a pricket;
the third year, a sorrell" (welk woord ook sorel en sorell geschreven
wordt); "the fourth year, a soar; the fifth year, a buck of the first
head" (zoo noemde Nathanaël het hert); "the sixth year, a complete
buck".--Dat in het vers ook een woordspeling ligt met soar of sore
(hert) en sore (gewond), is duidelijk.
IV. 2. 65. Als verzenen enz. In 't Engelsch een woordspeling met
talent en talon, klauw, welk woord in Sh.'s tijd niet zelden ook
talent geschreven werd.
IV. 2. 71. In den schoot der pia mater. De pia mater is het dunne
vlies om de hersenen; het woord beviel waarschijnlijk aan Sh. om
de onzinnigheid.
IV. 2. 85. Heer eerwaarde, quasi herwaarts. Ook het oorspronkelijke
heeft hier, opzettelijk, zeer gezochte woordspelingen; een oogenblik
later met hogshead, okshoofd, en hog's head, zwijnskop.
IV. 2. 96. O goede oude Mantuaan! Die goede oude Mantuaan was Baptista
Spagnolus, ook Joannes Baptista Mantuanus geheeten, (1448-1518),
een Carmeliet, die Latijnsche Eclogæ en Elegieën schreef, welke van
het eind der vijftiende eeuw af herhaaldelijk gedrukt en ook in de
scholen gelezen werden. Zijn eerste Ecloga (Herdersdicht) begint:
Fauste, precor, gelida enz. Farnaby zegt, in zijn voorrede voor
Martialis, dat de pedanten (zooals hij de schoolmeesters noemt)
het Fauste, precor, gelida hooger stelden dan het Arma virumque
cano (het begin der Æneis van de andere Mantuaansche zwaan). Als
Sh. zich met geleerdheid inlaat, blijkt hij wel op de hoogte te
zijn.--De schoolmeester lucht, terwijl Nathanaël den brief leest,
ook zijn kennis door een Italiaansch citaat. Zooals dit hier staat,
vindt men het in een boek van 1591, Florio's seconds fruits; Florio
was een Italiaansch onderwijzer in Londen. Hoe de oude uitgaven,
de Folio zoowel als de Quarto, vreemde talen onkenbaar maken,
kan men bij deze gelegenheid opmerken; deze geven hier te lezen:
vemchie, vencha, que non te vnde, que non te perreche.--Eindelijk
toont hij even zijn muzikale begaafdheid.--Het volgende sonnet werd
door den uitgever Jaggard, evenals dat van Longaville (blz. 210)
in "De Verliefde Pelgrim" opgenomen, een kleinen dichtbundel, die,
met gebruikmaking van Sh.'s naam, in 1599 verscheen.
IV. 2. 133. Het komt van een zekeren monsieur Biron, een van de heeren
der vreemde koningin. Hier heeft blijkbaar de dichter vergeten, dat
Jacquenetta even te voren van den brief gezegd heeft (IV. 2. 94): "en
mij toegezonden door Don Armado"; als men deze laatste woorden schrapt,
is alles duidelijk. Dikkop weet, dat de prinses den brief van Armado
in handen heeft, en kan dit aan Jacquenetta hebben meegedeeld. Dat zij
Biron voor een Fransch hoveling houdt, is hieruit te verklaren, dat
Biron waarschijnlijk, blijkens zijn vragen in het begin van het stuk,
zich eerst sinds kort bij den koning van Navarre heeft aangesloten. Dat
zij de prinses koningin noemt, is niet bevreemdend, als men bedenkt,
dat de titel van koning of koningin ook aan koningskinderen gegeven
werd, zooals bijv. Chriemhilde in het Nevelingenlied reeds vóór haar
huwelijk koningin wordt genoemd.
IV. 2. 155. Spreek mij niet van vaders. Nathanaël denkt aan een
kerkvader, Holofernes aan andere vaderschappen, waarmee hij niets te
maken wil hebben.