Als ijzel hangt aan goot en muur,
En scheper Piet blaast in de hand,
En Klaas de blokken brengt voor 't vuur,
De melk bevroren komt van 't land,
De weg vol sneeuw is, kil het bloed,--
Dan roept de nachtuil welgemoed:
"Toehoe!
Toewit, toehoe!"--een blij geluid,
Als Trui de bierpap roert en kruidt!
Als luid de windvlaag wordt gehoord,
De musch verkleumd zit en verstijfd,
En hoesten heerooms preêk versmoort,
Katrijn haar paarsen neus vaak wrijft,
De ketel appels sissen doet,--
Dan roept de nachtuil welgemoed:
"Toehoe!
Toewit, toehoe!"--een blij geluid,
Als Trui de bierpap roert en kruidt!
ARMADO. De woorden van Mercurius zijn hard en ruw na de gezangen van
Apollo.--Gij dien weg, wij dezen!
(Allen af.)