BIRON. O ik ben de uwe, al 't mijne, ja, mijn leven--

ROSALINE. De gansche nar?

BIRON. Niets minder kan ik geven.

ROSALINE. Zeg mij, welk masker was het, dat gij droegt?

BIRON. Wat masker? waar? wanneer? waartoe die vraag?

ROSALINE. Dat masker, toen en daar; een hulsel, dat

Zelf beter trekken, dan 't omhulde, had.

KONING. Wij zijn herkend, nu spotten zij ons dood.

DUMAINE. Komt, opgebiecht en 't in een grap verkeerd!

Veel Gemin, geen Gewin · 第 46 / 73 题