ROSALINE. Dan moet gij wijs en rijk zijn, want voor mij--

BIRON. Schijn ik een nar en beed'laar; zeg het vrij.

ROSALINE. Gij naamt daar 't uwe slechts, of 't waar' gefaald,

Dat gij het woord zoo van de tong mij staalt.

Veel Gemin, geen Gewin · 第 45 / 73 题