LXXIII.

(APPELLES EN DE SCHOENMAKER.)

Schoen-makers! luistert, hoe de kloekste schildersgeest

U allen blijven leert bij uwen houten leest.

1 _Corinth._ 7.

Een ieder blijve in 't geen (zoo lange als hij hier leeft),

Daar hem de lieve God zelf in beroepen heeft.

Apelles, schilders-prins, zijn naakte Venus schoone

Bracht voor 't gemeene volk in't openbaar ten toone,

Maar eenen schoeyer[400] heeft zijn werk berispet plat[401],

Om dat vrouw Venus schoe te weinig strikken had;

Den schilder al terstond zoo haast men hem dit anbracht,

(Dewijl't een zake was, die des schoenmakers ambacht

Betrof) heeft met 't pinceel geholpen[402] deze fout.

Waarom den ambachtsman hoveerdig werd en stout,

Als hij na dezen zag, dat 't gene was verbeterd

't Welk hij geoordeeld had te slecht te zijn geveterd:

Dies voer hij trotscher voort en voor een ieder sprak,

Dat aan vrouw Venus' scheen ook vrij al wat gebrak.

Apelles hoorde dit en sprak, met stillen geeste:

"Schoenmaker! ziet wel toe, en blijft bij uwen leeste,

Daar gij u op verstaat, en weest niet zoo gereed[403]".

Hij dwaalt, die vonnist 't geen, daar hij niet van en weet.

De complete werken van Joost van Vondel. Vergelijking van de Verlossinge der Kindren Israels met de Vrijwording der Vereenigde Nederlandsche Provinciën, [etc.] · 第 102 / 105 题