LXXII.

(SCHILDERKUNST.)

Hoe eenen herder eerst het levendige beeld

Der schoone schilderkonst in Grieken[396] heeft geteeld.

_Ezech._ 4.

Een effen tafel neemt, en luistert naar mijn stem,

Trekt daar naar 't leven op de stad Jeruzalem.

Terwijl, in Grieken-land, de herder gaat verknapen[397]

Zijn kudd', naar 't leven hij de schim van zijne schapen

Natuurlijk trekt in 't zand: als nu de schaâu vertrok,

Had hij een wollig vlies gemaald met zijnen stok.

Aldus werd aldereerst, met heur veel-verfde wieken,

De schoone Schilder-konst gebaard bij d' edel Grieken,

Pictura[398], die voortsaan[399] met een blijde aangezicht

De wereld heeft verheugd, en wonderlijk gesticht:

Die ons gezicht bedriegt, als 't platte schijnt verheven,

Het stomme spreken, en het doode schijnt te leven,

Het gene stille staat, als of het zich beroert;

Dies is zij weerdig, dat men heur ten Hemel voert.

De complete werken van Joost van Vondel. Vergelijking van de Verlossinge der Kindren Israels met de Vrijwording der Vereenigde Nederlandsche Provinciën, [etc.] · 第 101 / 105 题