(RECHTVAARDIGE STRAF.)
De moordische[379] Harpy, gesteld tot ieders baak,
Hoe des verslaagnen bloed in 't einde roept om wraak.
_Math._ 26.
't Zweerd in uw schede steekt: want wie daarmede slaat,
In 't einde daar in valt, en jammerlijk vergaat.
De moordische Harpy heur zelve gulzig mestten
Met menschen vleesch en bloed, zoo lang tot zij ten lesten
Kwam drinken uit een borne, en zag in kristallijn
Heur spiegelende schaâuw en held'ren wederschijn;
Dies, wanende dat daar heur zuster lag begraven,
Die inden zilvren vloed heur dorst had willen laven,
Zij haast van rouwe storf[380]. Doodslagers, spiegelt u!
Wanneer gij 't beelde Gods zoo eiselijk en gruw'
Maait in het duister graf, en onze moeder eerde
Bevlekt met 't roode bloed, dat druipt van uwen zweerde;
Gedenkt aan uwen loon, en ziet dit schouwspel aan!--
Daar in de mensch misdoet, daar zal hij in vergaan.