LXIX.

(RECHTVAARDIGE STRAF.)

De moordische[379] Harpy, gesteld tot ieders baak,

Hoe des verslaagnen bloed in 't einde roept om wraak.

_Math._ 26.

't Zweerd in uw schede steekt: want wie daarmede slaat,

In 't einde daar in valt, en jammerlijk vergaat.

De moordische Harpy heur zelve gulzig mestten

Met menschen vleesch en bloed, zoo lang tot zij ten lesten

Kwam drinken uit een borne, en zag in kristallijn

Heur spiegelende schaâuw en held'ren wederschijn;

Dies, wanende dat daar heur zuster lag begraven,

Die inden zilvren vloed heur dorst had willen laven,

Zij haast van rouwe storf[380]. Doodslagers, spiegelt u!

Wanneer gij 't beelde Gods zoo eiselijk en gruw'

Maait in het duister graf, en onze moeder eerde

Bevlekt met 't roode bloed, dat druipt van uwen zweerde;

Gedenkt aan uwen loon, en ziet dit schouwspel aan!--

Daar in de mensch misdoet, daar zal hij in vergaan.

De complete werken van Joost van Vondel. Vergelijking van de Verlossinge der Kindren Israels met de Vrijwording der Vereenigde Nederlandsche Provinciën, [etc.] · 第 98 / 105 题