(WIJZE RAAD.)
Demosthenes hier bij gelijkenis verklaart,
Dat zonder wijzen niet een stad mag[373] zijn bewaard.
_Sap._ 6.
Veel beter wetenschap dan kracht in hare werken;
De wijze van gelijk is beter als den sterken.
Als Ph'lippus had verzocht de Atheensche wijze tolken,
Sprak bij gelijkenis Demostheen tot den volke:
"De schapen waren met de honden eens getreên
In een verbond, dies zij de wolven t' zaam bestreên:
Maar als de wolven nu, hoe krachtig inde wapen,
Het krijgen niet en holp[374], zij met de onnoos'le schapen
Besloten eenen vreed'; dies zij van stonden aan
De honden mosten hun[375] kwijtmaken en ontslaan:
De schapen deden zoo; maar als zij nu bloot zaten,
En hadden onbedacht de honden heel verlaten,
De wolven wederom aankwamen met geweld,
En hebben zoo de kudd' verslonden op het veld."
Hier meê Demosthenes bewees uit der naturen[376],
Dat hun niet baten mocht de sterkheid van haar muren,
Indien zij lieten gaan de wijzen van der Stad;
Want daar geen wijsheid is, daar zijn de wallen plat.