(VRIENDSCHAP.)
't Oprechte Vriendschaps beeld drukt hier zijn eigenschappen
Op 't alderlevendst uit; o, volget zijn voetstappen!
_Proverb._ 17.
Een trouw en oprecht vriend heeft lief tot allen tijden,
En als een broeder is altijd bereid tot lijden.
Een Statua tot Room was weerdig aan te merken:
't Oprechte Vriendschaps beeld, weldadig in zijn werken,
Was eenen jongeling, met een blijde aangezicht;
D'wijl ware vriendschap niet door oudheid en bezwicht[306]:
Zijn kleed was vrolijk groen: de vriendschap is steeds jeugdig
En elk een aangenaam; in zijn zoet voorhoofd vreugdig,
De grijze wintertijd en zomer was geprent,
D'wijl vriendschap in onspoed en voorspoed blijft ontrent[307];
Op zijnes herten kolk gedrukt stond _bij en verre_,
D'wijl vriendschap verre en bij schijnt als een morgensterre;
In zijnder kleed'ren boord stond dood en leven beid',
D'wijl 't leven noch de dood geen ware vriendschap scheidt.