LI.

(SEMIRAMIS.)

Gij ziet 't gebreideld ros hier met een vrouw beladen,

Die elk verwonderd heeft met mannelijke daden.

_Judith._ 13.

Bethulia, door Gods en Judiths tegenweer,

Nam Holofernes 't hoofd, en sloeg het gansche heir.

Ziet, hoe een man'lijk hert schuilt onder vrouwenkleed'ren;

Ziet, hoe Semiramis stelt 't heer in zijn geleedren,

Ziet, hoe kloekmoedig zij, gezeten op het peerd,

Grijpt met de een hand den toom, met de ander hand het zweerd;

Hoe de afkomst van heur bloed, en koninklijken adel

Zij niet op 't bedde toont, maar op[280] den gouden zadel,

En rijst nog 's morgens vroeg, vóór 't blinken vande zon,

Als eenen bliksem op naar 't pratte Babylon;

Zij strijdt, zij overwint, zij slaat den vijand t' onder,

En, met veel wapen-roofs, keert weêr als eenen donder;

Ziet, hoe zij heur paruik[281] diep inde palmen bergt,

Hij ligt al onder voet, die heur ten strijde tergt.

De complete werken van Joost van Vondel. Vergelijking van de Verlossinge der Kindren Israels met de Vrijwording der Vereenigde Nederlandsche Provinciën, [etc.] · 第 80 / 105 题