(EERSTE INDRUKKEN.)
Een algemeene leer van 't nieuwe boter-vat,
Dat zijnen reuk behoudt naar 't eerste sap of nat.
_Proverb._ 22.
De leere, die het kind is in de jeugd gegeven,
Gemeenelijk zal het behouden al zijn leven.
Het is nog hedendaags een algemeene spreuke:
"'t Vat houdt naar 't eerste sap doch altijd zijnen reuke."
Dit heeft Lycurgus eer natuurlijk op het blootst[276],
Met eenen ranken wind- en huishond uitgebootst;
De windhond brij en pap had altijd in de koken[277],
De huishond op de jacht 't gevangen wild geroken;
Dees bracht hij beide op 't leste in 't openbaar ten toon,
Elk koos van stonden aan het geen hij was gewoon:
De windhond koos den brij, en de ander koos het wildbraad,
En eten 't t'zamen op, eer een van beiden stil staat.
O ouders! leert hier uit, eer gij u doet te kort,
't Kind aardt naar 't gene hem van jongs is ingestort,
Dus houdet[278] van der jeugd in eenen goeden regel,
En drukt hem in 't gemoed de deugd als eenen zegel,
Want 's kinds herte is als wasch, waar in gedweeg en mild
De meester prent en drukt de letter, die hij wilt[279].