XLII.

(SPLINTER EN BALK.)

Ei! ziet, hoe Momus hier zijns naasten feilen teekent,

En al wat hij misdoet, vergeet en niet en rekent.

_Math._ 7.

Hoe ziedy[233] doch zoo licht de splinters, o, gij schalken!

In 't ooge uws broeders, en vergeet uw eigen balken!

Ziet den berisper hier naar 't leven afgeschilderd,

Hoe staat hij dus en grijnt[234]! hoe is hij dus verwilderd!

Twee tesschen[235] hij steeds draagt; o, zifter van een mug!

De een hangt hem voor de kniên, en de ander op den rug,

De grootste voren hangt, de kleinste draagt hij achter,

Van 's naasten feilen is hij een getrouwe pachter,

Want hij ontvanger daar de grootste tesch meê vult,

Maar achter is de buil leêg van zijn eigen schuld,

D'wijl hij die niet en ziet; van voren stelt hij kloeke

Zijns naasten misdaad net en zuiverlijk te boeke,

Hij heeft zijne oogen op een ander zoo gereed,

Dat hij hem zelfs verzuimt en t' eenemaal vergeet.

De complete werken van Joost van Vondel. Vergelijking van de Verlossinge der Kindren Israels met de Vrijwording der Vereenigde Nederlandsche Provinciën, [etc.] · 第 71 / 105 题