XXXIV.

(PLATO VERSCHALKT.)

Hoe dat Diogenes bewees (naar zijnen wensche),

Dat eenen naakten haan was een Platonisch mensche.

_Jac._ 3.

Wie met zijn tonge niet in woorden missen kan,

Is al geheel volmaakt, ja, een volkomen man.

Den wijsgeer Plato, om zijn jongeren te leeren,

Zeîde: een tweevoetig Dier naakt, bloot, en zonder veêren

Is de geschapen Mensch: dees voorgestelde les

Ter ooren al terstond kwam van Diogenes:

Den drol[191] en is niet slinksch, hij past[192] op deze stukken,

En gaat fluks eenen haan al levendig uit plukken

Zijn pluimen uit het lijf en daarmeê, slechten jool[193]!

Of hij geen vijf en kost[194], loopt naar de Atheensche school,

En werpt den naakten haan voor Plato's voeten henen:

"Dat's een Platonisch mensch, naakt (zegt hij) met twee beenen".

Nooit iemand zoo bespraakt, diens tong niet eens en lispt,

En niemand ooit zoo wijs, die niet mocht zijn berispt.

De complete werken van Joost van Vondel. Vergelijking van de Verlossinge der Kindren Israels met de Vrijwording der Vereenigde Nederlandsche Provinciën, [etc.] · 第 63 / 105 题