(PLATO VERSCHALKT.)
Hoe dat Diogenes bewees (naar zijnen wensche),
Dat eenen naakten haan was een Platonisch mensche.
_Jac._ 3.
Wie met zijn tonge niet in woorden missen kan,
Is al geheel volmaakt, ja, een volkomen man.
Den wijsgeer Plato, om zijn jongeren te leeren,
Zeîde: een tweevoetig Dier naakt, bloot, en zonder veêren
Is de geschapen Mensch: dees voorgestelde les
Ter ooren al terstond kwam van Diogenes:
Den drol[191] en is niet slinksch, hij past[192] op deze stukken,
En gaat fluks eenen haan al levendig uit plukken
Zijn pluimen uit het lijf en daarmeê, slechten jool[193]!
Of hij geen vijf en kost[194], loopt naar de Atheensche school,
En werpt den naakten haan voor Plato's voeten henen:
"Dat's een Platonisch mensch, naakt (zegt hij) met twee beenen".
Nooit iemand zoo bespraakt, diens tong niet eens en lispt,
En niemand ooit zoo wijs, die niet mocht zijn berispt.