(HOOGMOED KOMT VOOR DEN VAL.)
Nero's tuchtmeester ons hier schildert naar het leven,
Hoe hoogmoed wordt verkleend, en ootmoed hoog verheven.
_Math._ 23.
Hij werd vernederd die zich te verheffen poogt,
Maar die hem zelf verkleent, wordt heerelijk verhoogd.
De wijze Seneca ons meldt en gaat vertoonen
Van eenen koning, die zijn drie bedaagde[168] zonen
Heel van verscheiden aard drie vooglen stelde veur,
En gaf aan alle drie elk een den willekeur,
Opdat hij ramen mocht, wie 't beste van hen lieden
Het koninkrijk voorts aan[169] zou heerschen en gebieden,
En dragen zoo den last, die zijnen ouden dag
Veel kommerlijker[170] viel, dan zij te voren plag:
Den Arent de eerste koos, den koning aller vogels,
De tweede koos na hem den Sperwer, snel van vlogels,
De lang gebekte Snep verkoos de jongste zoon,
Dies hem de vader schonk de koninklijke kroon.
Hij, die door ootmoed en vernederdheid[171] van geeste
Verkoos het minste lot, verkreeg het aldermeeste.
Want wie door hoogmoed klimt, die nadert zijnen val,
En die zich zelf verkleent, gemeenlijk klimmen zal.
Dies, die in ned'righeid verslijt zijn vliênde[172] leven,
Al schijnt hij leeg[173] te zijn, zoo is hij hoog verheven;
Hij is den val nabij die hooge zich verheft,
En die zich houdt omleeg de blixem niet en treft.
Des werelds loop is twee put-eemeren[174] gelijke,
Het leegste[173] klimt omhoog, het hoogste valt in 't slijke.