(BIAS' LES.)
Men hoort den filosoof den keizer hier verklaren,
Waarom de doode werd gesierd met lauwerblaren.
_Eccl._ 7:
Den sterf-dag is den mensch veel beter in zijn smert,
Dan zijnen eersten dag, als hij geboren werd.
De Heidenen voorheen den doôn[146] ter eerden brochten,
Wiens bleek besturven hoofd met lauwer was omvlochten;
De keizer, nieuwsgier om hier de oorzaak van verstaan,
Spreekt zijne honigbie[147], den wijzen Bias, aan:
Zegt, o wijsgieren! zegt, waarom men dies ten toone[148]
Den doôn ten grave brengt, omvlochten met een kroone?
"Heer keizer!" (zegt hij) "'t is omdat hij voor gewis
Van alderleye ellende en smerte ontslagen is;
Dat hij voleindigd heeft den loop met zijne voeten,
En afgeleîd de schuld, die wij betalen moeten;
Dat hij in zijne dood de dood verwonnen heeft,
En hier gesturven is, opdat hij elders leeft."