XXVI.

(BIAS' LES.)

Men hoort den filosoof den keizer hier verklaren,

Waarom de doode werd gesierd met lauwerblaren.

_Eccl._ 7:

Den sterf-dag is den mensch veel beter in zijn smert,

Dan zijnen eersten dag, als hij geboren werd.

De Heidenen voorheen den doôn[146] ter eerden brochten,

Wiens bleek besturven hoofd met lauwer was omvlochten;

De keizer, nieuwsgier om hier de oorzaak van verstaan,

Spreekt zijne honigbie[147], den wijzen Bias, aan:

Zegt, o wijsgieren! zegt, waarom men dies ten toone[148]

Den doôn ten grave brengt, omvlochten met een kroone?

"Heer keizer!" (zegt hij) "'t is omdat hij voor gewis

Van alderleye ellende en smerte ontslagen is;

Dat hij voleindigd heeft den loop met zijne voeten,

En afgeleîd de schuld, die wij betalen moeten;

Dat hij in zijne dood de dood verwonnen heeft,

En hier gesturven is, opdat hij elders leeft."

De complete werken van Joost van Vondel. Vergelijking van de Verlossinge der Kindren Israels met de Vrijwording der Vereenigde Nederlandsche Provinciën, [etc.] · 第 55 / 105 题