(VERKEERDE GOUDDORST.)
Ziet, hoe Hippomanes At'lanta voren loopt,
Vermits zij om het goud den hoogsten prijs verkoopt.
1 _Cor._ 9:
Zij loopen alle wel ter banen dat elk hijgt,
Maar een van allen doch den prijs alleen verkrijgt.
Ruimbaan! Hippomanes loopt Atalanta na,
Het geldt hem zijnen kraag[135] indien hij komt te spa,
Zij loopen beide' om strijd, o bloed! wat zal ik zeggen?
Het schijnt gij nog een lijf hebt in de kiste leggen,
Dat gij u zelven voedt met zoo een ijd'le hoop,
En waant dees vlugge Nymfe (in heuren snellen loop
Die 't al verwonnen heeft) zoo lichtlijk te overwinnen:
Hippomanes, eilaas! wat moogdy[136] doch beginnen.
Men blaast'er de trompet, dies elk zijn hielen licht,
Eer ik eens ommezie zij zijn mij uit 't gezicht;
Den bloed komt achter aan, wel hoe! nu wint hij 't weder,
Ei, ziet eens wat hij doet! hij werpt ter eerden neder
Drie appels rood van goud, wel tot driemalen toe,
Daar t' elken zij naar bukt, het welk hem komt te goê;
Hij loopt, hij overwint, tot dat hij moed' geronnen,
De Nymfe in haren loop heeft eindlijk overwonnen.
Maar zegt, o Musa! zegt, geeft niet den Sulmoaan[137]
Met deze fabel ons uitdruklijk te verstaan,
Dat inden weg des deugds, zijn tweederleye hoopen,
Die vurig om den prijs op 't aldersnelste loopen,
Daar de een ten einde loopt, en de ander stille houdt,
Die zich verleiden laat van 't zorgelijke goud,
Daar de eene tot zijn lot den prijs is toegevallen,
En de ander komt te spade, en krijget niet met allen.