VI.

(DE BOOZE NIJD.)

Ziet, hoe met heur een-ooghs[64] verlies de nijdigheid

Uit afgunst koopen wilt heurs naasten oogen beid'.

_Proverb._ 14:

Des lichaams leven is een goedig hert vol vreden,

Maar bittre nijdigheid is etter inde leden.

Den grooten Jovis zand[65] Apollinem op eerden,

Met zijn saffranig hoofd, en met zijn vuur'ge peerden,

Op dat hij Nymfen twee zoude ernstig dragen veur,

Dat hij uit louter gunst hun gaf den willekeur,

Dat de een zoude eischen wat heur herte mocht bedenken,

En de ander hij tweemaal zoo rijken gift zou schenken,

Als de eerste wenschen mocht. 't Was niet zoo haast gezeîd,

Of d'herten-knaagster kwam, de zwarte nijdigheid:

"O, Febe! (zeide zij) spant uwen gouden boge

Met eenen stalen schicht, en van mijn rechter ooge

't Gezicht des appels kwetst, ô Febe! ik verkies't,

Ten minste de ander heur oog-appels beid' verliest."

Aldus schept nijdigheid (genegen tot den kwade)

Een wonderlijk' proffijt uit heures naasten schade,

Ze en spaart haar eene oog niet, hoe ook de zake loopt,

Wanneer zij daar meê slechts eens anders blindheid koopt.

De complete werken van Joost van Vondel. Vergelijking van de Verlossinge der Kindren Israels met de Vrijwording der Vereenigde Nederlandsche Provinciën, [etc.] · 第 35 / 105 题