IV.

(PALLAS' GEBOORTE.)

Aanmerkt, hoe Jovis baart Minervam uit zijn hoofd,

Naar dat den manken smid[56] zijn hersnen heeft gekloofd.

_Jacob._ 3:

De wijsheid, die van God daalt met haar witte vlerken,

Is reedlijk, ongeveinsd, en vol van goede werken.

Ziet, hoe de kreuple smid Jupijn voormaals geriefde,

En met een scherpe bijl van diamanten kliefde

Zijn zwang're hoofd, dat hem het harssebekken kraakt.

Waar door Minerva eerst in 't licht der wereld raakt.

Maar zegt, ô Musa! zegt, en leeren deze versen

Niet, dat de wijsheid ligt gescholen inde hersen[57]?

Dat 't kleinood des verstands, gelijk een heerlijk lot

Alleen van boven komt, alleene komt van God?

En dat dit godlijk zaad ontvangen werd te voren,

Daarna met smerte en pijn gewonnen en geboren?

Maar, lieve! zegt mij doch, waarom wordt wijd befaamd

De wijze Pallas ook Tritonia genaamd?

Is't niet, om dat (gelijk 't begrepen werd bij velen)

De wijsheid recht bestaat in driederleye deelen?

't Geen is, 't geen was, 't geen zal, volkomen alle driên

Verstaan, gedenken, en aandachtig te voorzien?

Waarna ten laatsten dan de koninklijke reden

Zijn macht en mogendheid weet wijslijk te besteden.

De complete werken van Joost van Vondel. Vergelijking van de Verlossinge der Kindren Israels met de Vrijwording der Vereenigde Nederlandsche Provinciën, [etc.] · 第 33 / 105 题