1) geraaskal 2) aanklampte

[p.45]

Maer wie slechts voor een wijl mijn luymen vieren kan,

En kryght 'er nimmermeer verdriet of hinder van:

25 Siet als mijn schorte-kleet is uyt sijn plaets geweken,

Of dat het metter hant ter zijden is gestreken;

Soo weet dat my de schroef dan niet te vast

en staet 1),

En let dat ghy voor al mijn luymen gade slaet.

Weet ghy dan mijn gebreck een weynigh toe te geven,

30 Wy sullen met vermaeck en in gerustheyt leven;

Wy sullen buyten twist verslyten onse jeught,

En leven onder een als in gestage vreught."

Philetas hoort 'et aen al wat hem Psyche seyde,

Het schynt dat hy haer woort als aen syn herte leyde;

35 En naer hy sich hier op een weynigh had bedacht,

Soo heeft hy met bescheyt 2) sijn antwoort in-gebracht:

"Het is my, waarde lief, een wonder groot behagen,

Dat ghy de gronden leght voor onse goede dagen;

Ick wil u weder zijn een soet en rustigh man,

40 En brengen tot het werck al wat ick immer kan.

Ick heb van u verstaen en wil het over-wegen,

Hoe dat in uw gemoet de saken zijn gelegen,

Ick wil u van gelijck ontdecken mijnen aert,

En 't is de rechte wegh om wel te zijn gepaert.

45 Ick heb een vijsen 3) kop en wonder vreemde kueren,

Soo dat 'er niet een mensch by my en kan gedueren 4);

Maer wie mijn grillen viert 5), of handelt met bescheyt,

Die siet den wrock versoent, en haestigh af-geleyt.

Maer, op dat ghy verstaet wanneer ick ben te mijden,

50 En hoe dat met gedult mijn rancken 6) zijn te lijden,

1) dat ik niet te best gehumeurd ben 2) verstand

3) eigenzinnig 4) uithouden 5) toegeeft 6) grillen

[p.46]

Soo let op dese peyl 1): De roos van mijnen hoet

Sal u een teycken zijn, wanneer ghy swichten moet.

Als die niet recht en staet, dan heb ick vremde grillen;

Siet dan mijn hevigh 2) breyn met alle macht te stillen:

75 En soo ghy dat besorght en hier op vlijtig acht;

Soo word' ick metter daet in beter stant gebracht."

Hier op wert onder hen een soet verbont gesloten,

Bevestight door een kus, en met den wijn begoten;

Een yder die belooft te passen op het stuck,

60 Op dat haer stil gesin mocht wesen buyten druck.

Maer let, hoe dat het volck den wegh hier toe bereiden,

En hoe sy nader-hant haer saken over-leyden.

Soo haest het vrouwen-kleet is scheef en buyten stant,

Soo haest was oock de roos verdraeyt en over kant.

65 Want als Philetas sagh, dat Psyche sou beginnen

Te stellen in het werck haer ongetoomde sinnen,

Sijn geest was in de weer, sijn bant die wert verset,

En soo wert alle twist van stonden aen belet.

De vrou in tegendeel had staegh het oogh geslagen

70 Op sijn verdraeyden hoet en sijn verkeerde vlagen

Sy viert hem watse magh, en hy verschoont het wijf,

En soo blijft yder een gerust in sijn bedrijf.

Wel aen dan, wieder is in echten staet getreden,

Die prent in sijn gemoet den gront van dese reden:

75 Ghy vrouwen eert den hoet, ghy mans het vrouwe-kleet,

Soo blijft het huys gerust en buyten alle leet.

Jacob Cats · 第 38 / 86 题