Het is niet mijne bedoeling, het geheele tooneelspel nu verder te
beschrijven.
Het bovenstaande dunkt mij voldoende om een idee te geven van het wezen
der tooneelspelers, hunne gewaden, hunne actie en hunne omgeving. Laat
ik er toch vooral voor uitkomen, dat ik deze acteurs zeer hoog stel,
dat ik ze bijna alle echte artiesten vind. Ze zijn niet ontwikkeld. Het
bleek mij, in gesprek met hen, later, dat zij niet veel meer wisten
dan precies wat hun tooneel aanging, dat zij noch de oude literatuur
noch de philosophie van hun land kenden, voor zoover die niet direct
met hun beroep in verband stond. Ze wisten ook niet te zeggen, hoeveel
jaren geleden de geschiedenis van Han Lee Hoa heette voorgevallen
te zijn. En ze waren over het algemeen een ruw volkje. Maar zij
hebben in hun spel een statigheid van beweging, een gevoeligheid van
gebaar, een artistieke manier om met hunne schitterende gewaden om
te gaan, zóó dat die altijd op zijn mooist blijven, een koninklijke
voornaamheid, zeg ik, hebben zij, die hen des te grooter kunstenaars
maakt naarmate zij geheel instinctief en onbewust is. Vooral voor
den kunstenaar, die Han Lee Hoa voorstelde, heb ik eene zeer groote
bewondering. Han Lee Hoa was in 't geheel geen vrouw. Het was een man,
die de vrouwenrol vervulde. Toen een Chineesche vriend, met wien ik de
voorstelling bijwoonde, mij vertelde, dat er in Amoy nooit vrouwen in
zulke tooneelspelen opkwamen, en Han Lee Hoa wel degelijk een man was,
wilde ik hem niet gelooven.--Ik heb opzettelijk in mijne beschrijving
doen uitkomen, hoe lucht en fijn vrouwelijk het lichaam van Han Lee
Hoa was, en hoe al hare bewegingen dat innig teere, zachte, en rustige
hadden, dat alleen sommige vrouwen, en nooit mannen hebben. Ook was
haar lijf zeer tenger, slank, bijna als een bloemstengel, zoo gevoelig
opgaand van den grond.--En hare oogen waren een wonder van licht.
Mijn Chineesche vriend nam mij echter na de voorstelling mede, en
wees mij Han Lee Hoa, die juist haar kleed had uitgedaan, en bezig
was de kleurstof van wangen en wenkbrauwen te wasschen. Zij was hij,
een jonge Chinees, van gewoon uiterlijk, volstrekt niet bizonder
mooi van gezicht, en zonder een wijding of een gloed op zijn gelaat,
waaraan men groote kunstenaars wel eens herkennen wil. Hij geleek
ook nog maar weinig op Han Lee Hoa.
Hoe hij ooit zoo absoluut superieur die vrouwenrol heeft kunnen
spelen, zal mij altijd een raadsel blijven, alleen op te lossen
door de stelling dat die eenvoudige Chinees, stellig onbewust van
zijne grootheid, in de ure dat hij op het tooneel is, een begenadigd
kunstenaar is, een van die artiesten, die altijd verborgen blijven,
en ook geen naam achterlaten, maar waar degeen, die zoo gelukkig is,
hem eenmaal vermoed te hebben, zijn leven lang met dankbare bewondering
aan denkt.
Deze acteur is dan ook het eerste sujet van den troep. Hij is expres
opgeleid voor het spelen van eerste vrouwenrollen, maar kan ook
mannen-, heldenrollen vervullen.
De eenvoudige acteurs, die zoo voor het volk voorstellingen geven
in Amoy--andere voorstellingen, b.v. in aparte gebouwen, zooals
in Shanghai en Canton, tegen entrée, bestaan hier niet--krijgen in
't geheel het loon niet, dat hun werk verdient. Het tooneel is in
handen van particuliere ondernemers, die hunne acteurs zóó afbeulen,
dat zij nog juist niet sterven.
Hij engageert ze voor bepaalde tijden, meest voor een jaar, gedurende
hetwelk zij hem in alles te gehoorzamen hebben. Het eerste sujet
van dezen troep krijgt vijftig mexicaansche dollars per maand,
wat waarlijk geen rijkdom is. De andere spelers minder, elk volgens
zijn emplooi. De gewone figuranten krijgen vier en een half tot vijf
dollars. De muzikanten elk vijf dollars.
De spelen worden verdeeld in regelmatige tijden, genaamd "pi."--Eén
pi duurt circa vier à vier en een half uur. Men kan één "pi" laten
spelen voor slechts twaalf dollars, aan den ondernemer te betalen. Hier
komen gewoonlijk nog drie dollars kosten bij voor het tooneel--dat
de uitnoodiger zelf moet betalen--, voor thee en wat rijst voor de
acteurs, voor olie, als het avond is, en wat fakkels. Gewoonlijk
zijn de avond-spelen verdeeld in twee pi. Een van twee tot zes uur,
en een van negen tot half twee 's nachts. Er worden in één pi meer
dan één stuk gespeeld, zonder tusschenpauze, het eene dadelijk na
het andere. Men kan begrijpen, hoe moê de spelers moeten zijn, vooral
als er 's ochtends óók nog gespeeld is.
Maar de drukste tijd voor de tooneelspelers is in de zevende maand
van het Chineesche jaar, ongeveer van half Augustus tot half September
in onze tijdrekening: de tijd der offers en ceremoniën.
Er worden in die maand niet twee pi, maar meestal vijf pi gespeeld,
dat wil zeggen, dat er onafgebroken eene maand lang twee en twintig
uren per etmaal gespeeld wordt. Met het lichten van den morgen begint
het, om half twee 's nachts is het eerst gedaan, en dit gebeurt met
tusschenpoozen van nog geen uur. De arme acteurs. Zij hebben in die
dagen geen oogenblik rust. Als zij uit hun rol zijn, slapen zij even
in, om dadelijk, als zij weer moeten opkomen, hard wakker geschud te
worden, en direct weer met spelen te beginnen. In dezen tijd is het
nooit stil in de lucht, behalve gedurende enkele nachturen. Altijd
door bommen de gongen en roffelen de trommen. Hoe de muzikanten op
de been blijven, die nooit aftreden of stilzitten onder een spel,
is onbegrijpelijk.
Groot is zeker de verdienste van de Chineesche tooneelspelers, dat zij
in zulke slechte omstandigheden met zoo'n natuurlijke voornaamheid
en keurige gratie zich weten te bewegen als om te doen uitkomen
hoe groot en goddelijk mooi het menschenlichaam is geschapen. Het
allermerkwaardigste bewijs van de groote waarde, die de Chinees aan
het menschelijk lichaam hecht, is wel het feit, dat hij in zijnen
wonder-beschaafden briefstijl nooit aan een vriend zal vragen om bij
hem te komen, zooals wij dat zouden doen, maar hem allereerbiedigst
verzoekt om zijn "edelsteen te bewegen" naar hem toe.
En werkelijk bewegen de Chineesche tooneelspelers hunne met pracht
omhangen lichamen zóó voorzichtig alsof het kostbare edelsteenen waren,
die elke ruwheid beschadigen zou.