III.

Het is niet mijne bedoeling, het geheele tooneelspel nu verder te

beschrijven.

Het bovenstaande dunkt mij voldoende om een idee te geven van het wezen

der tooneelspelers, hunne gewaden, hunne actie en hunne omgeving. Laat

ik er toch vooral voor uitkomen, dat ik deze acteurs zeer hoog stel,

dat ik ze bijna alle echte artiesten vind. Ze zijn niet ontwikkeld. Het

bleek mij, in gesprek met hen, later, dat zij niet veel meer wisten

dan precies wat hun tooneel aanging, dat zij noch de oude literatuur

noch de philosophie van hun land kenden, voor zoover die niet direct

met hun beroep in verband stond. Ze wisten ook niet te zeggen, hoeveel

jaren geleden de geschiedenis van Han Lee Hoa heette voorgevallen

te zijn. En ze waren over het algemeen een ruw volkje. Maar zij

hebben in hun spel een statigheid van beweging, een gevoeligheid van

gebaar, een artistieke manier om met hunne schitterende gewaden om

te gaan, zóó dat die altijd op zijn mooist blijven, een koninklijke

voornaamheid, zeg ik, hebben zij, die hen des te grooter kunstenaars

maakt naarmate zij geheel instinctief en onbewust is. Vooral voor

den kunstenaar, die Han Lee Hoa voorstelde, heb ik eene zeer groote

bewondering. Han Lee Hoa was in 't geheel geen vrouw. Het was een man,

die de vrouwenrol vervulde. Toen een Chineesche vriend, met wien ik de

voorstelling bijwoonde, mij vertelde, dat er in Amoy nooit vrouwen in

zulke tooneelspelen opkwamen, en Han Lee Hoa wel degelijk een man was,

wilde ik hem niet gelooven.--Ik heb opzettelijk in mijne beschrijving

doen uitkomen, hoe lucht en fijn vrouwelijk het lichaam van Han Lee

Hoa was, en hoe al hare bewegingen dat innig teere, zachte, en rustige

hadden, dat alleen sommige vrouwen, en nooit mannen hebben. Ook was

haar lijf zeer tenger, slank, bijna als een bloemstengel, zoo gevoelig

opgaand van den grond.--En hare oogen waren een wonder van licht.

Mijn Chineesche vriend nam mij echter na de voorstelling mede, en

wees mij Han Lee Hoa, die juist haar kleed had uitgedaan, en bezig

was de kleurstof van wangen en wenkbrauwen te wasschen. Zij was hij,

een jonge Chinees, van gewoon uiterlijk, volstrekt niet bizonder

mooi van gezicht, en zonder een wijding of een gloed op zijn gelaat,

waaraan men groote kunstenaars wel eens herkennen wil. Hij geleek

ook nog maar weinig op Han Lee Hoa.

Hoe hij ooit zoo absoluut superieur die vrouwenrol heeft kunnen

spelen, zal mij altijd een raadsel blijven, alleen op te lossen

door de stelling dat die eenvoudige Chinees, stellig onbewust van

zijne grootheid, in de ure dat hij op het tooneel is, een begenadigd

kunstenaar is, een van die artiesten, die altijd verborgen blijven,

en ook geen naam achterlaten, maar waar degeen, die zoo gelukkig is,

hem eenmaal vermoed te hebben, zijn leven lang met dankbare bewondering

aan denkt.

Deze acteur is dan ook het eerste sujet van den troep. Hij is expres

opgeleid voor het spelen van eerste vrouwenrollen, maar kan ook

mannen-, heldenrollen vervullen.

De eenvoudige acteurs, die zoo voor het volk voorstellingen geven

in Amoy--andere voorstellingen, b.v. in aparte gebouwen, zooals

in Shanghai en Canton, tegen entrée, bestaan hier niet--krijgen in

't geheel het loon niet, dat hun werk verdient. Het tooneel is in

handen van particuliere ondernemers, die hunne acteurs zóó afbeulen,

dat zij nog juist niet sterven.

Hij engageert ze voor bepaalde tijden, meest voor een jaar, gedurende

hetwelk zij hem in alles te gehoorzamen hebben. Het eerste sujet

van dezen troep krijgt vijftig mexicaansche dollars per maand,

wat waarlijk geen rijkdom is. De andere spelers minder, elk volgens

zijn emplooi. De gewone figuranten krijgen vier en een half tot vijf

dollars. De muzikanten elk vijf dollars.

De spelen worden verdeeld in regelmatige tijden, genaamd "pi."--Eén

pi duurt circa vier à vier en een half uur. Men kan één "pi" laten

spelen voor slechts twaalf dollars, aan den ondernemer te betalen. Hier

komen gewoonlijk nog drie dollars kosten bij voor het tooneel--dat

de uitnoodiger zelf moet betalen--, voor thee en wat rijst voor de

acteurs, voor olie, als het avond is, en wat fakkels. Gewoonlijk

zijn de avond-spelen verdeeld in twee pi. Een van twee tot zes uur,

en een van negen tot half twee 's nachts. Er worden in één pi meer

dan één stuk gespeeld, zonder tusschenpauze, het eene dadelijk na

het andere. Men kan begrijpen, hoe moê de spelers moeten zijn, vooral

als er 's ochtends óók nog gespeeld is.

Maar de drukste tijd voor de tooneelspelers is in de zevende maand

van het Chineesche jaar, ongeveer van half Augustus tot half September

in onze tijdrekening: de tijd der offers en ceremoniën.

Er worden in die maand niet twee pi, maar meestal vijf pi gespeeld,

dat wil zeggen, dat er onafgebroken eene maand lang twee en twintig

uren per etmaal gespeeld wordt. Met het lichten van den morgen begint

het, om half twee 's nachts is het eerst gedaan, en dit gebeurt met

tusschenpoozen van nog geen uur. De arme acteurs. Zij hebben in die

dagen geen oogenblik rust. Als zij uit hun rol zijn, slapen zij even

in, om dadelijk, als zij weer moeten opkomen, hard wakker geschud te

worden, en direct weer met spelen te beginnen. In dezen tijd is het

nooit stil in de lucht, behalve gedurende enkele nachturen. Altijd

door bommen de gongen en roffelen de trommen. Hoe de muzikanten op

de been blijven, die nooit aftreden of stilzitten onder een spel,

is onbegrijpelijk.

Groot is zeker de verdienste van de Chineesche tooneelspelers, dat zij

in zulke slechte omstandigheden met zoo'n natuurlijke voornaamheid

en keurige gratie zich weten te bewegen als om te doen uitkomen

hoe groot en goddelijk mooi het menschenlichaam is geschapen. Het

allermerkwaardigste bewijs van de groote waarde, die de Chinees aan

het menschelijk lichaam hecht, is wel het feit, dat hij in zijnen

wonder-beschaafden briefstijl nooit aan een vriend zal vragen om bij

hem te komen, zooals wij dat zouden doen, maar hem allereerbiedigst

verzoekt om zijn "edelsteen te bewegen" naar hem toe.

En werkelijk bewegen de Chineesche tooneelspelers hunne met pracht

omhangen lichamen zóó voorzichtig alsof het kostbare edelsteenen waren,

die elke ruwheid beschadigen zou.

Wijsheid en Schoonheid uit China · 第 10 / 24 题