NEGENDE ORDE.

DE MOSBEERTJES (Tardigrada).

Het is twijfelachtig, of de Mosbeertjes (Tardigrada), die vroeger tot

de Raderdieren, later tot de lagere Schaaldieren worden gerekend, in de

klasse der Spinachtigen het best op hun plaats zijn. Het langwerpige,

wormvormige lichaam van deze microscopisch kleine wezens, waarvan

slechts enkele soorten 1 mM. lang worden, vertoont zoomin geleding als

verdeeling in kopborststuk en achterlijf; het is van voren verlengd

tot een zuigbuis, waaruit twee dolkvormige kaken naar buiten gestoken

kunnen worden en wordt gedragen door 4 paar ongelede voetstompjes,

die in verscheidene klauwen eindigen; het laatste paar komt achter aan

't lichaam voor. Zij voeden zich met planten of met diertjes, die nog

kleiner zijn dan zij en houden zich op tusschen mos en algen (wieren),

vooral op daken, die met mos begroeid zijn, of in dakgoten; enkele

soorten leven in het water. Zij hebben een zekere vermaardheid gekregen

door de eigenschap om bij bevochtiging te herleven uit den schijndood,

waarin zij vervallen, wanneer het noodige water hun ontbreekt. Ook bij

vele andere, op soortgelijke plaatsen voorkomende dieren neemt men

dit verschijnsel waar, o.a. bij de Raderdiertjes, die een hoofddeel

van het voedsel van sommige Mosbeertjes uitmaken. Het 15-tal soorten,

dat men kent, is over verschillende geslachten verdeeld. Macrobiotus

dankt aan een reeds genoemde eigenschap zijn naam ("Langlevende"). In

het mos van dakpannen en goten vindt men bij ons veelvuldig het Gewone

Waterbeertje (Macrobiotus ursellus).

Het Leven der Dieren, Deel 3, Hoofdstuk 5: De Spinachtigen · 第 12 / 27 题