XXXVI RECHTVAARDIGHEID *

Elsje is een aardig, guitig meisje van negen jaar, doch teer van gestel.

De onderwijzeres van de derde klas, waarin Elsje nu zit, is de eerste,

die opmerkt, dat het kind veel meer intellectueel dan physiek ontwikkeld

is. Elsje is onhandig.

Ze vertelt Mej. N., met wie zij evenals _elk_ kind vertrouwelijk is, dat

ze op vijfjarigen leeftijd aan spierrheumatiek geleden heeft, dat ze

toen eenige maanden met koorts te bed had gelegen en dat sedert dien

tijd de stijfheid in hare handen en voeten maar niet wilde verdwijnen.

"Moeder vreesde, dat ik gebrekkig zou blijven. Langzamerhand is het

beter gegaan. Toch ben ik nog altijd gauw moe." Juffrouw N. zag toen,

dat haar oordeel omtrent de gezondheid van het kind juist was geweest.

Ze hield daarmede rekening in de handwerkles. Ze stelde aan Elsje

mindere eischen dan aan de andere kinderen.

Drie weken voor St. Nicolaas, terwijl de kinderen de laatste hand legden

aan den merklap, die op den 1sten December ingeleverd moest worden,

maakte Juffrouw N. de kinderen blij door te zeggen, dat ze tot St.

Nicolaas in de handwerkles op school haar geschenkjes voor de

huisgenooten mochten afmaken. Elsje was in de wolken. Die handwerkjes,

hoe eenvoudig ook, hadden haar dwars gezeten. Er moest geknipt, geplakt,

gestreken worden. Nu was ze uit haar zorgen. Ze vloog in opwelling

Juffrouw N. om den hals.

Even later kwam het hoofd der school binnen.

Ze wilde de merklappen inspecteeren, voordat ze ingeleverd werden. Bij

Elsje gekomen zegt ze scherp: "wat een broddellap"! Die merklap moet

overgemerkt worden.

"Ik _kan_ ze zoo niet inleveren."

Smeekend verzoekt Elsje het toch te probeeren. Ze zou voortaan meer haar

best doen.

Onverbiddelijk klinkt het: "De merklap moet voor 1 December klaar zijn.

Dan moet Elsje in de handwerklessen merken en 's avonds, het gedeelte,

dat ze dien dag niet klaar heeft gekregen, afmaken."

De klasse-onderwijzeres is bleek van opwinding, doch beheerscht zich.

Het verdriet van het kind is onmetelijk. Elsje is geheel uit haar

evenwicht. Ze snikt nog terwijl ze de school verlaat. De klasgenootjes

hebben allen diep medelijden met haar.

Den volgenden morgen komt Elsje treurig en bleek het schoollokaal

binnen.

Ze had den vorigen avond nog een uur gemerkt, maar ze was weinig

gevorderd.

Bij het openen van haar lessenaar, vindt Elsje een pakje met het

opschrift: Aan het lieve Elsje van St. Nicolaas. Het bevat een geheel

bewerkte merklap, die Elsje zoo maar heeft in te leveren. De Juffrouw

had den vorigen avond daar eenige uren aan opgeofferd.

Ja waarlijk, Mej. N. beging eene groote theoretische fout, eene

ergerlijke fout.

Toch is ze de meest beminde onderwijzeres op school, die bijzonder goed

orde heeft in haar klas.

De kinderen hebben op school de zaak geheim gehouden. Ze voelden

instinctief, dat dit voor hare beminde onderwijzeres, het geschiktste

was.

Ze hebben, ook onze kinderen, thuis het gebeurde verteld.

Ze waren in aanbidding voor Juffrouw N.

Mejuffrouw N. geeft in elk opzicht blijk van een goede "paedagoge" te

zijn.

* * * * *

=Naschrift.= Dit geval heeft eenige overeenkomst met het veelbesproken

door Edw. Peeters aan de orde gesteld geval, waar hij zich uit een

paedagogische impasse had gered door een onwaarheid, waarvan hij zijn

leerlingen medeplichtigen had gemaakt. Ook hier is een zeker complot van

kinderen en onderwijzeres, gericht tegen een ander, met een edel doel.

Maar dit geval staat m.i. veel hooger en zuiverder dan dat van Edw.

Peeters en laat zich veel beter rechtvaardigen. Toch is er iets in wat

onbevredigd laat, en dat is weer hetzelfde als bij Peeters. Men kan nl.

de vraag niet onderdrukken: Was er geen andere--en openhartiger--uitweg?

In dit geval: Was dat hoofd zoo'n barribal, zoo'n paedagogische nul, dat

de onderwijzeres niet de zaak met haar bespreken en in het reine had

kunnen brengen?

Paedagogische Overwegingen · 第 48 / 57 题