"Ik heb Nicht Tina vanmorgen beloofd, dat je Lotje voorloopig elken
Zaterdagmiddag komt halen om met haar te wandelen. Ze mag dan bij ons
blijven eten." "Goed Ma," antwoordde ik uit de volheid van mijn hart.
Lotje was het oudste, kreupele dochtertje van Tina, Moeders petekind,
dat in de week van haar geboorte ouderloos geworden was. Moeder had zich
als jonge tante, ze was zelve toen nog maar dertien jaar, het lot van
het weesje bijzonder aangetrokken.
Na haar huwelijk was Tina in Den Haag gaan wonen en twaalf jaar later
kwam zij zich in Amsterdam vestigen.
Haar elfjarig dochtertje Lotje, een meisje van mijn leeftijd, was dus
voor ons een vreemde.
"We krijgen morgen weer een nieuwertje in ons clubje, een achternichtje
van me," zoo kondigde ik Lotje 's middags bij mijn vriendinnetjes aan.
"Een leukerd?" vroeg bazige Ro dadelijk.
Eerst toen werd me de moeilijkheid bewust van mijn instemming met
Moeders belofte.