Johnney, aardig ventje, met lange dikke, blonde krullen is meest in het
artistieke fluweelen pakje gestoken, waarop de antieke kanten kraag. Hij
wordt in de wandeling "de kleine Lord" genoemd. Daarbij zingt hij mooi.
Zelfs exploiteerde men hem onlangs op een weldadigheidsmatinée en moest
het kind, na het zingen van een sentimenteel liedje, een ommegang doen
voor de uitgehongerde oorlogskinderen.
Ik zou dat niet toegestaan hebben, maar het was mijn zaak niet. Wat wel
mijn zaak was en er mede verband houdt, is het volgende.
Ik ben bij mijn neefje in Den Haag gelogeerd.
John weet, dat ik veel van muziek houd. En elken morgen ontplooit nu
het nachtegaaltje, zonder éénige aankondiging, om half vijf, in mijn
"nächste Nähe", zijn stem. Meegesleept door zijn enthousiasme en in
navolging van zijn groote zus, werpt hij zich op de meest vermetele
modulaties, volgt de nieuwste en populairste liedjes, het zijn cadenzen
om er den adem bij te verliezen. Opeens hoor ik de klanken dalen en in
het diepst van zijn keel murmelen, als het stroomen van een beekje. Wat
me hoop geeft op ons beider weer indommelen. Eilacie, even spoedig hoor
ik zijn stem zich weer verheffen, meer en meer zwellen en ze is voor
goed in mijn gehoorsfeer. Ze zingt opvolgend zacht, helder, schitterend,
aandoenlijk, maar welk karakter ze ook weêrgeeft, de zang prikkelt me
ondraaglijk na mijn vermoeiende dagreisjes. Daar moet ik een stokje voor
steken, 't koste wat het wil.
Reeds aan het ontbijt stel ik zijn Moeder smeekend voor: "Zou U
misschien willen zorgen, dat John 's morgens wat later begint te zingen,
om zeven uur is wel vroeg genoeg en......"
"Ik zou het niet durven", valt ze me angstig in de rede, "hij is er zoo
trotsch op. Dat zou juist iets voor jou zijn om het hem te vragen. Ik
stel het elken dag uit."
Na veel en ernstig nadenken zet ik 's avonds eer hij naar bed gaat, met
mijn liefste accent in, als wijlen La Fontaine's vos: "John, wat zing je
's morgens toch beeldig mooi!"--zijn borstje zwelt.--"Maar John, ik ben
elken morgen nog zoo moe. Begin wat later en zing dan wat langer, dan
heb ik er meer aan."
Hoogst beleedigd, verontwaardigd slingert hij me nasaal terug: "Maar
Nicht, dan kùnt u nog niet uit logeeren gaan, _ik_ zing 's morgens
vroeg."
* * * * *
Dat komt er van als je kleine jongens als volwassen menschen waardeert.
Op hun talenten valt nog allerminst te rekenen. Meestal worden bij zulk
een behandeling dergelijke kinderen in hun later leven teleurgesteld.