XXVIII HUN ALTRUÏSME *

Mijnheer Frackers plotseling overleden! Het geheele gezin loopt samen op

het schokkende bericht en is verslagen. Eén roep hooren we, van wat hij

voor ons allen geweest is, de trouwe, eerlijke, hartelijke vriend.

Wat een zuchten, wat een klagen, wat een loftuitingen van alle kanten,

ook van het personeel, waarvoor hij altijd zoo gul en minzaam was. Zelfs

ons vijfjarig jongste baasje is er stil van. Dat treft ons. We oordeelen

hem gevoelig, aanhankelijk.

Hij wordt geknuffeld, getroost.

Na het eten komt de kleine Remy als gewoonlijk een half uur bij mij

spelen voor dat hij naar bed gaat.

"Huilt U omdat Mijnheer Frackers dood is?" vraagt hij belangstellend.

"Dat _moet_ U niet doen, broertje vindt het zoo naar", zegt hij op een

ontstemden toon.

Ik herstel me spoedig en ga hem opgewekte verhaaltjes vertellen.

--Het kind is nog te jong, om onder den indruk te mogen blijven van een

diep zieleleed.--

Op tijd komt Juf hem halen.

Bij het afscheid pakt hij mij nog eens innig en zegt dankbaar: "Nacht,

_zoete_, _lieve_ tante... ga nou maar weer huilen", animeert Remy,

terwijl hij van mijn schoot springt.

* * * * *

We mogen niet te gauw "victorie kraaien" bij het beoordeelen van de

karaktertrekken onzer kleine kinderen en zeker nooit in hun bijzijn. Wat

maar al te vaak gedaan wordt. Geef het kind _slechts_ wat het toekomt.

Waar noodig, eer minder dan meer. Hun altruïstische neigingen zijn meest

in dienst van hun egoïsme.

We zouden door niet diep genoeg in hun wezen te dringen, het egoïsme

bevorderen. We willen het tegendeel.

Paedagogische Overwegingen · 第 39 / 57 题