Ik had een eigen kastje gekregen. Wel heel caduc en leelijk maar......,
met dat zalige sleuteltje kon ik ieder beletten in mijn heiligdom te
komen.
Natuurlijk niet Ma, Pa en Aal! Nu ja, die deden toch altijd alles, wat
lief en goed voor ons was. Zij zouden geen misbruik maken.--Wanneer een
kind aldus voelt, is de opvoeder "oppermachtig" in zijn rijk.
Ik had nu rechten, onbetwistbare rechten...... als ik het sleuteltje
maar op zak hield.
In Januari leerde ik op school haken. Ik kende 't gauw en kreeg opeens
den inval, voor Moeder van eenvoudige sterren een sprei te maken, als
St.-Nicolaascadeau. Dat wil wat zeggen voor 'n klein zevenjarig meisje.
"Daar ben je nog te jong voor," zei de handwerkjuffrouw na mijn
gewichtige mededeeling. "Hoe zul je aan al die katoen komen?"
"Van ons kindermeisje."
"En waar zul je werken om de sprei klaar te krijgen, zonder dat Ma het
merkt?"
"Op Aal's kamertje, Aaltje wil ons _altijd_ helpen."
"Je kunt in elk geval beginnen."
Einde Augustus had ik van de zestig sterren dertien aan elkaâr. Een
ongeluksgetal.
"Zóó zul je er niet komen", spoorde de juffrouw aan, die het toch wel
een aardig succes zou vinden.
En nu eerst werd ik met een ongelooflijken ijver bezield. Ik haakte vóór
schooltijd, in het tusschenuur, na schooltijd. Zelfs op mijn wandelingen
langs stille wegen. Het stapeltje in mijn kast verborgen beloofde
steeds meer den goeden uitslag.
Einde October moesten er nog dertig klaar gestoomd worden. Daar zag ik
geen kans toe. En ik liet me bepraten door Aaltje. Zij zou medehelpen.
"Zelfs wanneer het uit zou komen, dan zou Ma het nog vlijtig vinden en
heel blij zijn met zulk een verrassing." Wat beteekent nu vijftien
sterren op de zestig? De sprei kon best vijf en veertig sterren groot
zijn. Ik stond toe, dat het kindermeisje er vijftien met een gedeelte
van den kant voor hare rekening nam. Ze kreeg mijn sleuteltje.
De avond van St. Nicolaas kwam.
Het verging me als Blauwbaard's vrouw.
Moeder was aangedaan, verrast, ze kuste me hartelijk, toen juist het
keukenmeisje--dat wegens brutaliteit tegen haar zin was opgezegd--met
een pakje binnenkwam.
Onze intimiteit met het andere meisje ziende, ontbrandde ze in jaloezie
en stootte eensklaps venijnig uit: "Kind laat je maar niets wijs maken;
je Ma heeft de sterren en den kant _zelf_ gehaakt!" En...... Moeder
moest bekennen, dat het meisje waarheid had gesproken.
Ik was verslagen, en kon dien avond niet meer vroolijk worden. Ma
vermocht me niet te troosten. Een ondraaglijke desillusie, die lang
nawerkte.
Toch heeft Moeder hier terecht kunnen aanvoeren, dat ze _onwaar_ was
geweest uit hartelijke liefde en goedheid voor haar kind. Het was niet
te verwachten dat het dienstmeisje zich op deze wijze zou wreken. Aaltje
had den tijd niet de ontbrekende sterren af te maken. Moeder begreep,
welk een teleurstelling het voor me zijn zou, haar die groote
verrassing, waarvoor ik zoo lang geijverd had, niet te kunnen bereiden.
Ze had reeds den tweeden dag bemerkt, dat ik met de sprei bezig was.
Voor moeder, die haar kinderen zoo goed waarnam, kón het geheim niet
verborgen blijven. Overtuigd zijnde, dat het toch nooit zou uitkomen,
vond ze het dus niet bezwaarlijk, het restje voor Aaltje te werken.
We moeten het met de kinderlijke gevoelens _heel_ nauw nemen. Ze zijn
heilig, als de onze. We mogen nimmer onwaar tegen kinderen zijn, al is
het nog zoo goed bedoeld. Alles komt uit, vaak onverhoeds. Het geloof in
den opvoeder kan hevig geschokt worden. En het gevoelige kind daar zeer
onder lijden.